Berouw tonen… en weer zondigen

Regelgeving aangaande tawbah – berouw tonen.

Tawbah 2Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah is blijer met het berouw van Zijn dienaar dan dat iemand van jullie blij is met het vinden van zijn kameel die hij kwijt raakte in de woestijn (waardoor hij bang was dat hij daar zou sterven van de dorst).’” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

Geschreven door imaam Ibnoel-Qayyim.
Vertaald en bewerkt door Oem Mohammed.

Alle lof is voor Allah, de Heer der werelden. Allahs zegeningen en vrede zijn met profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt tot aan de Laatste Dag.

Omdat het vastgesteld is dat berouw tonen verplicht is voor alle gelovigen en liefhebbers van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij), is het niet betamelijk voor een dienaar om onwetend te zijn betreffende de regelgevingen hieromtrent in de Islaam. (Zie ook het artikel Het gebed van berouw – salaat at-tawbah, alsook de relevante artikelen onder aan deze pagina.)

 

Berouw uitstellen is op zichzelf een zonde

Tot de regelgevingen behoort dat het berouw tonen voor een zonde een onmiddellijke verplichting is – d.w.z., berouw uitstellen is op zichzelf een daad van zonde en ongehoorzaamheid. Dit betekent dat als men het tonen van berouw voor een bepaalde zonde uitstelt, hij of zij een verontschuldiging en berouw voor het uitstel schuldig is. Dit feit dringt bijna niet door in de gedachten van mensen, die onjuist denken dat wanneer iemand berouw toont voor een zonde, dat er niets meer tegen die persoon is. Niets verlost je hiervan behalve algemeen berouw: wat berouw is voor wat men weet en wat men niet weet. In werkelijkheid is wat een dienaar niet weet van zijn zonden vaak veel meer dan wat hij wel weet. Maar zijn onwetendheid betreffende zijn zonden zal hem niet redden als hij in staat was om ze te weten.

Zo’n persoon wordt dubbel zo verantwoordelijk voor het falen in zowel kennis als daden. In de Sah’ieh’ van Ibn Hibbaan staat dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Deelgenoten toekennen aan Allah (shirk) is in deze oemmah meer onvatbaar (verborgen) dan de voetsporen van een mier.” Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem) vroeg vervolgens: “Hoe kunnen we het kwijtraken, O boodschapper van Allah?” De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei:

 

Dua shirk

 

Allaahoemma innie a’oedzoe bika an oeshrika bika wa ana a’lam, wa astaghfiroeka lima laa a’lam – O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen het bewust toekennen van deelgenoten aan U, en vraag Uw vergeving als ik het onbewust gedaan heb.” [Als h’asan (goed) geclassificeerd, al-Adab al-Moefrad.]

Deze h’adieth toont ons de manier aan hoe we berouw dienen te tonen voor hetgeen Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) weet maar wij niet.

Er is ook overgeleverd dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gewoon was om de volgende doe’aa-e (smeekbede) te verrichten:

 

Dua zonden

 

Allaahoemma ghfir lie dzanbie koellahoe diqqahoe wa djillahoe, wa awwalahoe wa aakhirahoe wa ‘alaa-niyyatahoe wa sirrahoe – O Allah, vergeef al mijn zonden, groot en klein, de eerste en de laatste, zonden die zichtbaar zijn en die verborgen zijn.” (Overgeleverd door Moeslim.)

 

Wat als iemand na berouw terugkeert naar de zonde?

Tot de juridische kwesties met betrekking tot berouw behoort dat de correctheid van het berouw bepaald wordt door het mijden van de zonde in de toekomst, of is dit geen voorwaarde?

Sommige mensen beschouwen het mijden van de zonde als een voorwaarde voor de correctheid van berouw, zeggende dat als iemand dezelfde zonde nogmaals begaat, dat zijn berouw dan gebrekkig geweest was. De meerderheid beschouwt dit echter niet als een vereiste, onder voorwaarde dat de correctheid en acceptatie van berouw afhangen van spijt en verdriet betreffende de zonde en de vastberadenheid om er niet naar terug te keren. Dus als men er toch naar terugkeert, terwijl men zichzelf beloofd heeft om er nooit naar terug te keren, dan wordt men als iemand die de zonde voor de eerste keer verricht, en zijn eerste oprechte berouw wordt niet uitgewist. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Een kwestie welke van het voornoemde afgeleid kan worden is; als men na berouw naar de oorspronkelijke zonde terugkeert, haalt men zich de zonde van de eerste oorspronkelijke zonde op de hals alsook de tweede keer, indien men sterft zonder berouw te tonen? Of, is men in dit geval alleen verantwoordelijk voor de tweede keer waarvoor men geen berouw getoond heeft? Ook in dit geval zijn er twee meningen:

 

Mening 1: waar berouw vereist dat men nooit meer naar de zonde terugkeert

Één standpunt is dat men zich inderdaad de zonde van de eerste keer weer op de hals haalt, omdat zij pleiten dat berouw voor een zonde is als het accepteren van de Islaam vanuit een staat van ongeloof: als men terugkeert naar ongeloof en de Islaam verlaat, dan komen al zijn oorspronkelijke zonden van vóór de acceptatie van de Islaam weer terug naar hem, zoals bekend is door een betrouwbare h’adieth van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), waarin hij zei (Nederlandstalige interpretatie): “Eenieder die goed doet in de Islaam wordt niet ter verantwoording geroepen voor wat hij deed in de djaahiliyyah (pre-islamitische onwetendheid), terwijl eenieder die zondigt in de Islaam ter verantwoording geroepen zal worden voor de vroegere alsook de latere zonden.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie & Moeslim.)

Aangezien dit het geval is voor degene die moslim wordt en vervolgens wandaden beging waardoor hij nog steeds verantwoordelijk is voor zijn pre-islamitische zonden, en dat zijn acceptatie van de Islaam zijn vroegere zonden niet onverantwoordelijk uitwist, dan is dit ook zo betreffende berouw. Daardoor concluderen zij dat acceptatie en correctheid van berouw afhangen van de vervulling van de voorschriften in de toekomst, net zoals de correctheid van geloof in de Islaam afhangt van de vervulling van de voorschriften.

Zij zeggen ook dat berouw (voor de begane zonde) verplicht is door heel het leven heen, tot aan het einde, en het is zoals het mijden van eten gedurende het vasten, (als je het vasten vóór de tijd verbreekt, zelfs een paar minuten, dan zal je werk van de hele dag van nul en gener waarde zijn). (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Een ander bewijs dat zij gebruiken om hun argument te steunen, is de volgende h’adieth (Nederlandstalige interpretatie): “Een dienaar verricht de daden van de mensen van het Paradijs totdat er tussen hem en het (het Paradijs) een armlengte overblijft. Vervolgens staat zijn lot in de weg en verricht hij de daden van de mensen van de Hel en gaat daar binnen.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie & Moeslim.) Dit zegt niet dat de persoon zijn geloof verlaat, maar dat hij over het algemeen een grote zonde begaat dat hem leidt naar het binnengaan van het Vuur.

Hier gaat Ibnoel-Qayyim verder met het gedetailleerd presenteren en weerleggen van dit argument, pleitend dat de hiervoor genoemde h’adieth uitgelegd kan worden door te zeggen dat de grote zonde die men begaat zo ernstig kan zijn waardoor alle goede daden tenietgedaan worden en veroorzaakt dat een persoon het Hellevuur binnengaat.

Degenen die dit argument steunen ontkennen dat een slechte daad een goede daad teniet kan doen, maar op zwakke gronden. Er is ruimschoots bewijs, zoals in aayah 7:8-9, 21:47, 47:3 etc., dat goede en slechte daden vergeleken zullen worden en dat sommige grote zonden waarlijk de goede daden uitwissen. Dit tenietdoen van goede daden wordt ih’baat genoemd. Omwille van beknoptheid zijn de details van het argument hier weggelaten.

 

Mening 2: oprecht berouw wist de zonde voor altijd uit

Deze groep beweert dat de zonde waarvoor men oprecht berouw (#1) heeft getoond niet terug komt naar iemands afrekening, zelfs al keert hij terug naar de zonde na in eerste instantie berouw ervoor getoond te hebben, omdat oprecht berouw de zonde volledig en onherroepelijk uitwist, alsof men deze zonde nooit begaan heeft. Daarom is het voor berouw om correct en acceptabel te zijn niet vereist om er in de toekomst – tot aan de dood – nooit meer naar terug te keren. (Als men de zonde nogmaals begaat, dient hij/zij wederom berouw te tonen voor die zonde.) Deze groep stelt dat spijt en verdriet na het zondigen de essentie van oprecht berouw is, en het oprechte verlangen en voornemen om er nooit meer naar terug te keren.

<<< (#1) Waar berouw dient oprecht omwille van Allah de Verhevene te zijn. Men dient zich tot Allah Ta’aalaa te richten met een oprecht gevoel van schuld en spijt en een serieuze vastbeslotenheid om de zonde niet te herhalen (zie aayah 20:82). Bovendien dient de zondaar meer goede daden te verrichten zodat Allah de Verhevene daarmee het kwaad dat hij heeft aangericht zal uitwissen (zie aayah 11:114). Onderdeel van oprecht berouw is ook dat als men anderen onrecht heeft aangedaan, men dat recht herstelt door b.v. gestolen goederen terug te geven en vergeving te vragen aan degenen waarover men geroddeld heeft etc.>>>

Deze groep reageert op het argument betreffende het aanvaarden van de Islaam vanuit koefr (verwerping en ongeloof) en vervolgens er weer naar terugkeren, door te bepleiten dat het terugkeren naar een zonde niet hetzelfde is als het terugkeren naar koefr, want koefr is een kwestie van totaal andere omvang wat vanzelfsprekend alle goede daden tenietdoet en alle slechte daden terugbrengt. Daarom is een dergelijke vergelijking niet geldig. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Zij stellen verder dat berouw behoort tot de belangrijkste goede daden, en als men zegt dat een zonde deze grote goede daad teniet kan doen, dan kan men zich voorstellen dat een zonde alle andere goede daden ook teniet kan doen, en dit is absoluut niet aanvaardbaar. In feite lijkt zo’n argument op de khawaaridj (de extremisten die zondigen beschouwen als equivalent aan ongeloof) en de rationalisten (moe’tazillah – wat betekent separatisten) die zeggen dat het begaan van grote zonden leidt naar een eeuwig verblijf in het Hellevuur. Aldus beschouwen de khawaaridj degene die grote zonden begaat als een kaafir (ongelovige), terwijl de rationalisten hem een faasiq (een zware zondaar, maar treedt niet buiten de grenzen van de Islaam) noemen, beide bewerend dat hij voor altijd in het Hellevuur zal verblijven (ongeacht zijn goede daden), wat een bewering is die tegen de Islaam in gaat, tegen zowel het verstand als de duidelijke teksten, zoals (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah doet niets (niemand) onrecht aan, niet eens het gewicht van een stofdeeltje; en als er enige goede daad is, vermenigvuldigt Hij haar (#2) en geeft van Zijn Zijde een geweldige beloning.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 40.]

<<< (#2)Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd, verhalend over zijn Heer (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah liet (de aangewezen engelen over jullie) de goede daden en de slechte daden opschrijven en Hij verduidelijkte hoe. Als iemand van plan is om een goede daad te verrichten en hij doet het niet (iets verhindert hem), dan zal Allah voor hem een volledige goede daad opschrijven (in zijn verslag bij Hem); en als hij van plan is om een goede daad te verrichten en het werkelijk doet, dan zal Allah schrijven voor hem (in zijn verslag) bij Hem (de beloning gelijk aan) tien tot zevenhonderd keer, tot vele keren meer; en als iemand van plan is om een slechte daad te verrichten en hij doet het niet (hij ziet er zelf van af), dan zal Allah een volledige goede daad opschrijven (in zijn verslag) bij Hem, en als hij van plan is om het (een slechte daad) te verrichten en het werkelijk doet, dan zal Allah één slechte daad opschrijven (in zijn verslag).’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)>>>

Zij zeggen dat Allah de Verhevene de acceptatie van berouw kenmerkt met het zoeken van vergeving en afwezigheid van al-israr (volharding), zoals Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En degenen die, wanneer zij een gruweldaad (hier een verwijzing naar onwettige geslachtsgemeenschap) begaan hebben of zichzelf onrecht hebben aangedaan, (daarna) Allah gedenken en vervolgens vergeving vragen voor hun zonden – en wie vergeeft de zonden behalve Allah? (#3) – en zij gaan niet halsstarrig door met (het kwaad) wat zij deden, terwijl zij het weten.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 135.]

Al-Israr (volharding) duidt op de neiging van het hart naar het wederom begaan van de zonde wanneer het de mogelijkheid krijgt om het te doen.

<<< (#3) Dit (zoals zo veel andere vragen in de Qor-aan) is een retorische vraag en kan dus gelezen worden als: en niemand vergeeft de zonden behalve Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke).>>>

Oprecht en aanhoudend berouw is waarlijk een vereiste voor de perfectie en volledig nut ervan, maar geen vereiste voor de correctheid van het berouw wat in het verleden oprecht voltooid is.

Met betrekking tot het argument van de andere groep over continuering van een daad, zoals het mijden van eten tijdens het vasten, tot het einde, dit is incorrect omdat vasten en andere vergelijkbare daden één ondeelbare unit zijn en zij zijn niet voltooid indien ze worden verbroken. Berouw, aan de andere kant, is een voortdurende daad die men verricht voor elke zonde en tekortkoming, en het falen voor berouw voor één zonde betekent niet de afschaffing van alle andere daden van berouw. (Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

De tweede groep zegt ook dat hun standpunt in overeenstemming is met de principes van Ahloes-Soennah, die het eens zijn over het feit dat een persoon een vriend van Allah de Verhevene kan zijn in een aspect en Zijn vijand in een ander aspect; en geliefd door Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) in een aspect en gehaat door Hem in een ander aspect. Een persoon kan aspecten van geloof en hypocrisie, en zelfs geloof en ongeloof hebben, en hij kan tot een van deze meer nabij zijn dan de andere; dit zijn allemaal mogelijkheden. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…Zij waren die dag dichter bij al-koefr (het ongeloof) dan bij al-imaan (het geloof)…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 167.]

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En de meesten van hen geloven niet in Allah zonder dat zij deelgenoten aan Hem toekennen (#4).” [Soerat Yoesoef (12), aayah 106.]

<<< (#4) Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei over dit vers: “Het behoort tot hun geloof, dat wanneer hen gevraagd wordt: ‘Wie schiep de hemelen, wie schiep de aarde, wie schiep de bergen,’ dan zeggen zij: ‘Allah deed dat.’ Toch kennen zij deelgenoten aan Hem toe in aanbidding.” Hetzelfde is gezegd door Moedjaahid, ‘Ataa-e, ‘Ikrimah, as-Sha’bie, Qataadah, ad-Dhahh’aak en ‘Abdoer-Rah’maan ibn Zayd ibn Aslam. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

(Ibnoel-Qayyim concludeert nu dat de tweede mening correct is en dat:) het is vastgesteld dat degene die naar een zonde terugkeert nadat hij er oprecht berouw voor heeft getoond, de berisping van Allah verdient in dit aspect, terwijl Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) nog steeds van hem houdt voor andere aspecten en daden die hij verricht heeft. Voor elke daad is er een rechtvaardige en passende beloning van Allah de Meest Barmhartige, Die niemand ook maar met het gewicht van een atoom onrecht aandoet.

[Toevoeging van uwkeuze.net:]

In as-Sah’ieh’ayh is overgeleverd van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) dat de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) in een h’adieth qoedsie zei (Nederlandstalige interpretatie): “Iemand beging een zonde en zei: ‘O Allah! Vergeef mij mijn zonde.’ Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan, maar hij wist dat hij een Heer heeft Die zonden vergeeft en voor zonden bestraft.’ Vervolgens beging hij de zonde nog een keer en zei: ‘O Heer! Vergeef mij mijn zonde.’ Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan, maar hij wist dat hij een Heer heeft Die zonden vergeeft en voor zonden bestraft.’ Vervolgens beging hij de zonde nog een keer en zei: ‘O Heer! Vergeef mij mijn zonde.’ Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan, maar hij wist dat hij een Heer heeft Die zonden vergeeft en voor zonden bestraft. Doe wat je wil, want Ik heb jou vergeven.’” Volgens een andere overlevering: “Ik heb Mijn dienaar vergeven, dus laat hem doen wat hij wil.”

An-Nawawie (moge Allah hem genadig zijn) zei: “De woorden ‘doe wat je wil, want Ik heb jou vergeven’ betekenen: zolang je zondigt en berouw toont, zal Ik jou vergeven.”

Hoe dan ook, de Genade van Allah is groot en Zijn Gulheid is enorm. Eenieder die (oprecht) berouw toont, Allah zal zijn berouw accepteren. Maar de moslim dient het risico van het begaan van zonden niet te nemen, want wellicht is hij niet in staat om berouw te tonen. Wat in de h’adieth genoemd is, is om aan te tonen hoe groot de Genade van Allah is en hoe enorm Zijn Gulheid is. Het is niet bedoeld om mensen aan te moedigen om zonden te begaan.

Bovendien, als het berouw niet oprecht is, dan zal de zonde niet vergeven worden. En het hardnekkig doorgaan met een kleine zonde maakt het een grote zonde; en het kan zelfs leiden naar shirk (polytheïsme)!! Zie het artikel Zonden heroverwegen: zijn kleine zonden echt klein?

En tot Allah – voor Wie alle lof is en Die alles hoort en ziet – keren wij allemaal terug.

(Klik op onderstaande afbeeldingen om ze vergroot weer te geven. Gebruik de afbeeldingen voor da’wah.)

 

 

Relevante artikelen:

De boetedoening voor zonden is berouw (tawbah)

De bittere gevolgen van zonden

Het gebed van berouw – salaat at-tawbah

De zeven vernietigende zonden

De liefde van Allah

Vergiffenis van Allah

Wanhoop niet aan de Barmhartigheid van Allah

Een boodschap aan iemand die dreigt te verdrinken!