At-Taaghoet

Uitleg van “Ma’anaa at-Taaghoet – de betekenis van taaghoet”.

Taaghoet 1Van de imaam en moedjaddid Moh’ammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab.
Uitgelegd door dr. Moh’ammed ibn ‘Abdoer-Rah’maan al-Khoemayyis.
Vertaald en aangevuld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Alle lof is voor Allah, de Heer der werelden. Allahs zegeningen en vrede zijn met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt.

Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen dwang in de religie. (#1) Werkelijk, het rechte pad (van leiding) is duidelijk onderscheiden van het slechte pad (van dwaling). Wie dan de taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid) verwerpt en in Allah gelooft, hij heeft dan werkelijk het meest betrouwbare (of stevigste) houvast gegrepen [d.w.z. imaan (geloof), of de Islaam], dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

<<< (#1) Dit betekent: dwing niemand om moslim te worden, want de Islaam is eenvoudig en duidelijk en zijn tekenen zijn eenvoudig en duidelijk. Aldus is er geen behoefte om iemand te dwingen om de Islaam te aanvaarden. Integendeel, eenieder die Allah leidt naar de Islaam, wiens hart Hij er voor opent en wiens verstand Hij er voor verlicht, zal de Islaam omarmen met overtuiging. Eenieder van wie Allah diens hart verblindt en diens gehoor en gezichtsvermogen verzegelt, zal geen voordeel halen uit het gedwongen worden om de Islaam te accepteren. (Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Dit artikel is een vertaling van de verhandeling Ma’anaa at-Taaghoet (de betekenis van taaghoet), geschreven door imaam Moh’ammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab (zie het artikel Wahhabisme ontmaskert), met een uitleg van dr. Moh’ammed ibn ‘Abdoer-Rah’maan al-Khoemayyis. De verhandeling is samen met de uitleg gedrukt in een groter werk, namelijk Djam’-oel-Foenoon fie Sharh Djoemlatie Moetoon lie ‘Aqaa-id Ahlis-Soennah ‘alal-Madzaahib-il-Arba’ah (Een Verzameling Uitleggingen van Verhandelingen over de Geloofsleer van Ahloes-Soennah volgens de Vier Wetscholen), van Daar Ilaaf Publishers.

Deze verhandeling is één van de verschillende schatten die de grote imaam en moedjaddid Moh’ammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab achtergelaten heeft. Hoewel het klein van formaat is, biedt het toch een veelomvattende uiteenzetting van het onderwerp in kwestie: de betekenis van taaghoet en een verduidelijking van de basisvormen.

Bovendien is de beknopte uitleg van dr. Moh’ammed ibn ‘Abdoer-Rah’maan al-Khoemayyis een waardevolle toevoeging die de belangrijke punten van de verhandeling aan het licht brengt. Hij sluit elke paragraaf af met een samenvatting en diverse testvragen om het bestuderen van de stof te vergemakkelijken voor de lezers en studenten.

Na paragraaf 1 volgt ook:

Paragraaf 2: de betekenis van het verwerpen van de taaghoet en het geloven in Allah
Paragraaf 3: de betekenis van taaghoet en de leiders van de verschillende categorieën
Paragraaf 4: het verwerpen van de taaghoet is een voorwaarde voor de correctheid van geloof

 

Paragraaf 1: de eerste verplichting voor de mensheid

Weet, moge Allah jou genadig zijn, dat de eerste verplichting die Allah de Verhevene de zoon van Adam (d.w.z. de mens) oplegde is dat hij de taaghoet verwerpt en gelooft in Allah. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Wij zonden werkelijk naar elke gemeenschap een boodschapper (die verkondigde): ‘Aanbid Allah en mijd de taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid).’…” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 36.]

Uitleg:

Taal: farada (verplicht) opgelegd; taaghoet is afgeleid van het werkwoord taghaa (overtreden) en het betekent alles dat de grens overschreden en overtreden heeft.

Uitleg: de sheikh, moge Allah hem genadig zijn, begon zijn verhandeling met het verduidelijken van de eerste verplichting die Allah de Verhevene de mensheid heeft opgelegd, hetgeen afgeleid wordt van het Boek van Allah, de Meest Verhevene. Deze verplichting is: het verwerpen van de taaghoet en geloven in Allah (als Enige Ware God, Die als Enige het recht heeft om aanbeden te worden), zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Allah! Wij zonden werkelijk naar elke gemeenschap een boodschapper (die verkondigde): ‘Aanbid Allah en mijd de taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid).’…” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 36.]

De eerste (en belangrijkste) verplichting is het verwerpen en mijden van de taaghoet , wat is: alles dat naast Allah aanbeden wordt met diens tevredenheid. Dit omvat het mijden van elke (valse) god die aanbeden wordt naast Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij), zoals een boom, een steen, de zon, de maan, een mens enzovoort. Deze dingen hebben geen recht om aanbeden te worden naast Allah de Verhevene, omdat zij geen enkele macht hebben over de aangelegenheden (van het universum).

<<< Er kan maar één God zijn! Als er meerdere goden (in de volledige betekenis van het woord: volmaakte wezens die almachtig zijn) zouden zijn, zouden zij in staat zijn elkaar en elkaars schepping te vernietigen en tegelijkertijd zichzelf en de eigen schepping te beschermen, en dit is onverenigbaar en elkaar wederkerig uitsluitend. Als je dit probeert te verklaren door te stellen dat elke god exclusieve controle heeft over zichzelf en hetgeen hij schiep en niet over andere goden en hetgeen zij schiepen, brengt dat een beperking in o.a. hun macht en heerschappij met zich mee, en Allah de Verhevene – de Enige God – heeft geen enkele beperking.>>>

Daarna dient men de religie oprecht en alleen voor Allah de Verhevene te maken, door Hem alleen te aanbidden en het bevestigen van Zijn recht daarop, los van al het andere. Deze verplichting – het verwerpen van de taaghoet en het geloven in Allah – is de werkelijkheid van wat bedoeld wordt met laa illaaha ill-Allaah (er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah), want het is werkelijk een ontkenning en een bevestiging. Laa illaaha (er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden) is een ontkenning van die anderen dan Allah op het recht om aanbeden te worden. Dit is de verwerping van de taaghoet. En ill-Allaah (behalve Allah) is een bevestiging dat Allah de Enige is Die het recht heeft om aanbeden te worden.

Hiermee wordt de eerste verplichting die Allah de Verhevene de mensheid opgelegd heeft duidelijk. En dit is niet het intellectueel inzicht of iets dergelijks, zoals sommigen van de (afgeweken) groepen van retorica en anderen beweren. Het is datgene wat zojuist genoemd is: het verwerpen van de taaghoet en het geloven in Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij).

Samenvatting:

1.) De eerste verplichting voor de dienaar is: het verwerpen van de taaghoet en het geloven in Allah de Verhevene.

2.) Taaghoet betekent alles dat naast Allah aanbeden wordt met diens tevredenheid.

3.) Sommige afwijkende groepen van “de mensen van retorica” beweren dat intellectueel inzicht de eerste verplichting is voor een volwassen geestelijk gezond persoon.

Toets:

1.) Wat is de eerste verplichting voor de mensheid? Geef het bewijs daarvoor.

2.) Wat is de betekenis van het woord taaghoet?

3.) Geef een uitleg van de werkelijke betekenis van laa illaaha ill-Allaah. En wat betekent het wanneer er gezegd wordt dat het een ontkenning en een bevestiging is?

4.) Wie verschilt van mening wat betreft de eerste verplichting voor de volwassen geestelijk gezond persoon en wat geloven zij?

 


Paragraaf 2: de betekenis van het verwerpen van de taaghoet en het geloven in Allah

Wat betreft de beschrijving van het verwerpen van de taaghoet, dat is dan dat je gelooft in de nutteloosheid van het aanbidden van anderen dan Allah de Verhevene en dat je dit mijdt en het haat en dat je degenen die dit doen verwerpt en een afkeer jegens hen hebt.

En wat betreft de betekenis van het geloven in Allah, dat is dan dat je gelooft dat Allah de Enige Ware God is Die het verdient om aanbeden te worden, alleen, zonder deelgenoten. En het beduidt ook dat je alle vormen van aanbidding – elke handeling – oprecht en alleen voor Allah verricht, terwijl je al het andere dat naast Hem aanbeden wordt, ontkent en verwerpt. Het houdt ook in dat je liefde en vriendschap toont tegenover de mensen van ikhlaas (oprechtheid, d.w.z. de Islaam), terwijl je haat en vijandigheid toont jegens de mensen van shirk (polytheïsme). [Het concept van al-walaa-e wa al-baraa-e (loyaliteit en distantiëring) is een groot fundament van de Islaam.] Dit is de religie van Ibraahiem (Abraham – vrede zij met hem). Degenen die zich hiervan afwenden houden alleen zichzelf voor de gek. En dit is het goede voorbeeld waarover Allah de Alwetende ons informeert in Zijn Uitspraak (Nederlandstalige interpretatie): “Werkelijk, er is voor jullie een goed voorbeeld in Ibraahiem (Abraham) en degenen bij hem (zijn volgelingen), toen zij zeiden tegen hun (idolaat) volk: ‘Waarlijk, wij distantiëren ons van jullie en al hetgeen jullie aanbidden naast Allah. Wij wangeloven jullie (religie en manieren) en er is tussen ons en jullie vijandigheid en haat ontstaan, voor altijd, tenzij jullie geloven in Allah alleen (#2).’…” [Soerat al-Moemtah’anah (60), aayah 4.]

<<< (#2) In dat geval zullen zij de Genade van Allah ontvangen en alle rechten op liefde en broederschap hebben. De afkeer geldt dus voor het kwaad (afgoderij, ongeloof) en niet voor de personen op zich, zo lang zij kans hebben berouw te tonen. (A. Yusuf Ali Quran Commentary, de herziene versie.)>>>

Uitleg:

Taal: safiha (jezelf voor de gek houden) betekent dat je jezelf verwaarloost en onrecht aandoet; oeswah (voorbeeld) rolmodel; badaa (begonnen) verschijnen.

Uitleg: wat betreft de omschrijving van verwerping en het mijden van de taaghoet, dat is dan dat men gelooft in de valsheid van het aanbidden van iets/iemand anders dan Allah de Verhevene, zoals Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…en omdat hetgeen zij (de polytheïsten) naast Hem aanroepen de valsheid (#3) is…” [Soerat al-H’adj (22), aayah 62.]

<<< (#3) Al-Baatil: de valsheid. Al-Baatil duidt hier op ongeloof en polytheïsme, het aanroepen en aanbidden van anderen naast Allah door hen onterecht een goddelijke status toe te kennen.>>>

En het beduidt dat men deze aanbidding beëindigd en mijd, het niet nadert en niets mengt met zijn aanbidding van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke). En het beduidt dat men ongeloof haat en afkeurt, alsook de aanbidding van de taaghoet, zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Als jullie ongelovig zijn, dan heeft Allah jullie waarlijk niet nodig. (#4) En Hij is niet tevreden met Zijn dienaren wanneer zij ongeloof begaan…” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 7.]

<<< (#4) Allah Ta’aalaa heeft ons absoluut niet nodig. Moeslim leverde over in zijn Sah’ieh’ dat Aboe Dzarr (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei dat zijn Heer, de Verhevene en Meest Geëerde, zei (Nederlandstalige interpretatie): “O Mijn dienaren! Als de eerste en de laatste van onder jullie (d.w.z. jullie allemaal), mensen en djinn onder jullie, het hart hadden van de meest vrome en rechtschapen man onder jullie, dat zal Mijn Koninkrijk helemaal niet vermeerderen. O Mijn dienaren! Als de eerste en de laatste van onder jullie (d.w.z. jullie allemaal), mensen en djinn onder jullie, het hart hadden van de meest slechte man onder jullie, dat zal Mijn Koninkrijk helemaal niet verminderen. O Mijn dienaren! Als de eerste en de laatste van onder jullie (d.w.z. jullie allemaal), mensen en djinn onder jullie, zouden staan op een vlak gebied en iedereen zou Mij vragen (wat zij wensen), en Ik zou eenieder van hen geven wat zij vroegen, dat zal Mijn Koninkrijk niet verminderen behalve dat wat de naald draagt (aan water) wanneer het in de zee gestoken wordt.”>>>

Dit omvat dat men vijandigheid (afkeer) toont tegenover de mensen van ongeloof. Dus verenigt men zich niet met hen, noch toont men liefde voor hen, noch steunt men hen.

<<< Wat betreft relaties met ongelovigen die niet actief vijandig zijn jegens de Islaam, de Qor-aan staat nadrukkelijk toe en draagt op vele plaatsen impliciet op (b.v. aayah 60:8-9) om vriendelijkheid en welwillendheid te betonen jegens hen. Zie de artikelen in de rubriek Stop Terrorisme.>>>

De betekenis van het geloven in Allah is dat men gelooft dat Allah de Enige God is, Degene Die aanbeden wordt, de Enige Die het recht heeft om aanbeden te worden, los van alle anderen. Er is dus niemand die het recht heeft om aanbeden te worden naast Hem, zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Dat is omdat Allah al-H’aqq (de Ware) is…” [Soerat al-H’adj (22), aayah 62.]

Evenzo dient men alle vormen van aanbidding oprecht en alleen voor Allah de Almachtige te verrichten, zoals het gebed, het vasten, de zakaah, al-h’adj, smeekbeden, zweren, vertrouwen, hopen, vrezen enzovoort. Dus men ontkent ze voor alles dat aanbeden wordt naast Allah en maakt ze zuiver en alleen voor Allah de Verhevene, zoals Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zeg (O Moh’ammed): ‘Ik aanbid alleen Allah, mijn religie zuiver voor Hem makend.’” [Soerat az-Zoemar (39), aayah 14.]

Het is dus niet toegestaan om enig deel van deze aanbidding te richten aan iets/iemand anders dan Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke): als men faalt zich hieraan te houden, dan is dat shirk (afgoderij).

Wat ook valt onder “geloven in Allah” is het houden van de mensen die Hem oprecht aanbidden en het houden van de aanhangers van tawh’ied (zuiver monotheïsme), alsook hen bijstaan door van hen te houden (omwille van Allah), hen te helpen en genegenheid te tonen. Het omvat ook het haten van de tegenstanders onder de mensen van shirk, je van hen distantiëren en geen loyaliteit jegens hen tonen, zoals de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Het stevigste houvast van imaan (geloof) is het liefhebben omwille van Allah en haten omwille van Allah.” [Overgeleverd door at-Tabaraanie in al-Kabier (11/215), al-Baghawie in Sharh-oes-Soennah (13/53). Ah’mad (4/286) leverde iets vergelijkbaars over en al-Albaanie verklaarde het sah’ieh’ (authentiek) in as-Sah’ieh’ah (nr. 998) op grond van ondersteunende bewijzen.]

Wat zojuist uitgelegd is, is de religie van Ibraahiem (vrede zij met hem), waarover Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En wie wendt zich af van de religie van Ibraahiem (Abraham) (d.w.z. het islamitisch monotheïsme) behalve hij die zichzelf voor de gek houdt?…” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 130.]

Allah de Verhevene verduidelijkt de houding die Ibraahiem (vrede zij met hem) en de gelovigen die hem volgden innamen tegen hun ongelovig volk, dus zegt Hij, bepalend dat dit het voorbeeld is dat voor ons verplicht is om te volgen (Nederlandstalige interpretatie): “Werkelijk, er is voor jullie een goed voorbeeld in Ibraahiem (Abraham) en degenen bij hem (zijn volgelingen), toen zij zeiden tegen hun (idolaat) volk: ‘Waarlijk, wij distantiëren ons van jullie en al hetgeen jullie aanbidden naast Allah. Wij wangeloven jullie (religie en manieren) en er is tussen ons en jullie vijandigheid en haat ontstaan, voor altijd, tenzij jullie geloven in Allah alleen.’…” [Soerat al-Moemtah’anah (60), aayah 4.]

Dus hielden zij zich afzijdig van hen en verwierpen hen en hetgeen zij aanbaden naast Allah. En zij verklaarden hun vijandigheid en haat jegens hen en de beëindiging van liefde voor hen, totdat zij hun aanbidding enkel en uitsluitend voor Allah alleen zouden maken en alle valse goden zouden verlaten.

Samenvatting:

1.) Een beschrijving van het verwerpen van de taaghoet is: geloven dat het fout is en nutteloos om het te aanbidden; men dient de gelovigen daarin (d.w.z. in de taaghoet) te zien als ongelovigen en men dient zich van hen te distantiëren.

2.) Geloven in Allah beduidt dat men de aanbidding zuiver en alleen voor Hem maakt, het houden van de mensen van imaan (geloof) en je met hen verenigen (en hen loyaliteit betonen).

3.) Deze twee fundamenten vormen de basis van de religie van Ibraahiem (‘alayhie as-salaam).

Toets:

1.) Wat is de basis van de religie van Ibraahiem (vrede zij met hem)?

2.) Geef een beknopte beschrijving van het verwerpen van de taaghoet.

3.) Is er enig verband tussen het geloven in Allah de Verhevene en het houden en bijstaan van de mensen van imaan (geloof)?

 


Paragraaf 3: de betekenis van taaghoet en de leiders van de verschillende categorieën

Het woord taaghoet is algemeen. Dus alles dat naast Allah aanbeden wordt met diens tevredenheid – of het nu iets is dat aanbeden wordt, iemand die gevolgd wordt, of iemand die gehoorzaamd wordt in plaats van Allah de Verhevene en Zijn boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) – wordt beschouwd als taaghoet.

De tawaaghiet (meervoud van taaghoet) zijn talrijk, maar er zijn vijf leiders:

De eerste: de duivel die de mensen oproept (met zijn influisteringen) om iets anders dan Allah – de Schepper – te aanbidden. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah(Nederlandstalige interpretatie): “Heb Ik jullie, O kinderen van Aadam, niet opgelegd om de satan (duivel) niet te aanbidden (door zijn influisteringen te gehoorzamen)!? Waarlijk, hij is voor jullie een duidelijke vijand.” [Soerat Yaa Sien (36), aayah 60.]

De tweede: de tirannieke en onderdrukkende regeerder die de regels van Allah verandert. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “Heb jij degenen (de hypocrieten) niet gezien die (ten onrechte) beweren dat zij geloven in hetgeen tot jou neergezonden is en in hetgeen er neergezonden is vóór jou (tot de vroegere profeten)? Zij willen een oordeel (betreffende hun onenigheden) laten vellen door de taaghoet, terwijl zij bevolen zijn hem te verwerpen. En de satan (de duivel) wil hen ver laten afdwalen (van de waarheid).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 60.]

De derde: degene die met iets anders oordeelt dan wat Allah de Verhevene geopenbaard heeft, en het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “…En wie niet oordeelt met wat Allah neergezonden heeft, zij zijn dan de ongelovigen (#5).” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 44.]

<<< (#5) ‘Aliy ibn Abie Talh’ah gaf aan dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) opmerkte: “Eenieder die verwerpt wat Allah geopenbaard heeft, heeft koefr begaan, en eenieder die accepteert wat Allah geopenbaard heeft, maar hier niet mee regeert (terwijl hij de verplichting om er mee te regeren niet ontkent), is een onrechtvaardige en een faasiq (verdorvene, opstandige, grote zondaar, maar treedt niet buiten de oevers van de Islaam).” Echter, als men de verplichting om te regeren met hetgeen Allah de Verhevene heeft neergezonden ontkent, treed men wel buiten de oevers van de Islaam. Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd: “Er bestaat geen twijfel over het feit dat degene die niet gelooft dat het verplicht is om te oordelen volgens hetgeen Allah aan Zijn boodschapper heeft geopenbaard, een ongelovige is.” (Zie Minhaadj as-Soennah, volume 5, p. 130.)>>>

De vierde: degene die beweert kennis over het ongeziene (al-ghayb – het onwaarneembare, het verborgene, hetgeen buiten het menselijke waarnemingsvermogen ligt) te hebben. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “(Hij alleen is) de Kenner van het (voor de schepping) onwaarneembare, en Hij onthult aan niemand Zijn mysteries (onzichtbare realiteiten). Behalve aan een boodschapper waar Hij tevreden mee is (Hij informeert hem over het onwaarneembare zoveel als Hij wil, zie aayah 3:179), waarna Hij van vóór hem en van achter hem beschermers zend (engelen, zie aayah 72:8-9, zodat de informatie veilig bij de boodschapper aankomt).” [Soerat al-Djinn (72), aayah 26-27.]

En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Hem zijn de sleutels van al-ghayb (het onwaarneembare), niemand kent deze behalve Hij. En Hij weet wat er op het land en wat in de zee is; en er valt geen blad of Hij weet daarvan. En er is geen zaadkorrel in de duisternissen van de aarde, noch iets vers (levend) noch iets droog (dood), of het is in een duidelijk Boek [al-Lawh’oel-Mah’foedhz (#6)].” [Soerat al-An’aam (6), aayah 59.]

<<< (#6) Al-Lawh’oel-Mah’foedhz: het Bewaarde/Beschermde Boek, het Boek der Besluiten. Dit is het Boek waar alle Boeken die naar de profeten gezonden zijn aan ontleend zijn (zie o.a. aayah 43:4). Allah Ta’aalaa heeft in dit Boek alles genoteerd en Hij houdt dit bij Zich. ‘Abdoellaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Allah schreef de bepaalde maten voor de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde schiep.” (Overgeleverd door Moeslim, Kietaaboel-Qadar, hoofdstuk: dziekroe h’iddjaadjie Aadam wa Moesaa ‘alayhiema as-salaam.)>>>

De vijfde: degene die naast Allah aanbeden wordt terwijl hij daar tevreden mee is. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “En wie van hen zegt: ‘Waarlijk, ik ben een god naast Hem (Allah),’ zo iemand vergelden Wij met de Hel! Aldus vergelden Wij de onrechtplegers!” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 29.]

Uitleg:

De auteur, moge Allah hem genadig zijn, geeft aan dat het woord taaghoet een term is die bestaat uit gespecificeerde soorten. Het is daarom algemeen en niet specifiek voor één bepaald individu of wezen. In feite is alles dat naast Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) aanbeden of gevolgd wordt, of gehoorzaamd in zaken dat ongehoorzaamheid jegens Allah de Verhevene en Zijn boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) beduidt, terwijl hij tevreden is met deze aanbidding, gehoorzaamheid en aanhang, een taaghoet.

De tawaaghiet (meervoud van taaghoet) die met deze eigenschappen omschreven kunnen worden zijn talrijk, aangezien hun kenmerken algemeen zijn en niet specifiek voor één iets. Maar er zijn vijf grootste van deze (verschillende) soorten (van taaghoet) en zij zijn de leiders van taaghoet.

Ten eerste: de duivel. Hij is de grootste van degenen die uitnodigen om anderen dan Allah te aanbidden. En hij is tevreden wanneer iemand anders dan Allah aanbeden wordt, aangezien hij de mensen daartoe oproept, zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Heb Ik jullie, O kinderen van Aadam, niet opgelegd om de satan (duivel) niet te aanbidden (door zijn influisteringen te gehoorzamen)!? Waarlijk, hij is voor jullie een duidelijke vijand.” [Soerat Yaa Sien (36), aayah 60.]

De Qor-aan verklaart dus duidelijk dat zij de duivel aanbaden. En dit is omdat zij hem gehoorzaamden in plaats van Allah en hem volgden (in hetgeen waartoe hij opriep).

Ten tweede: de tweede van de leiders van de vijf tawaaghiet is de onderdrukkende heerser die de wet van Allah verandert en vervangt, zoals gedaan werd door de Joden. (#7) Dit wordt gedaan omdat men ofwel de wet van Allah wil bagatelliseren, of omdat men het een of andere wetsysteem verkiest boven de wetten van Allah (#8), of omdat de duivel die regeerder in zijn macht heeft. De volgende edele aayah levert bewijs voor deze categorie (Nederlandstalige interpretatie): “Heb jij degenen (de hypocrieten) niet gezien die (ten onrechte) beweren dat zij geloven in hetgeen tot jou neergezonden is en in hetgeen er neergezonden is vóór jou (tot de vroegere profeten)? Zij willen een oordeel (betreffende hun onenigheden) laten vellen door de taaghoet, terwijl zij bevolen zijn hem te verwerpen. En de satan (de duivel) wil hen ver laten afdwalen (van de waarheid).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 60.]

<<< (#7) In het Oude Testament lezen we hierover: “Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons’? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers hebben valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?” (Jeremia 8:8-9.)>>>

<<< (#8) Zie o.a. onze artikelen over democratie in de rubriek Democratie, waaronder de verhandeling Waarom moslims niet geloven in democratie.>>>

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) heeft hun bewering dat zij geloven omschreven als louter een bewering en Hij heeft het dus verworpen en Hij beschouwt hen als leugenaars. Dit is zo omdat zij een oordeel zochten van anderen dan Allah de Verhevene, zich afwendend van de wet van Allah (namelijk as-sharie’ah). Dit was nadat zij bevolen waren geen oordeel van anderen te zoeken, doordat zij opgedragen werden de taaghoet te verwerpen en te mijden. Maar de duivel overmande hen en liet hen afdwalen van de weg van Allah.

Dit is de tweede categorie van de leiders van taaghoet – elke tirannieke heerser die de wet van Allah verandert en het vervangt met iets anders.

<<< Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de boodschapper (Moh’ammed) en degenen onder jullie (moslims) met gezag (#A)…” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 59.] (#A) Dit zijn de geleerden en/of heersers. (Zie Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.) Gezaghebbenden onder de moslims dienen gehoorzaamd te worden, maar alleen wat zij bevelen in gehoorzaamheid tegenover Allah Ta’aalaa en niet wat ongehoorzaamheid jegens Allah de Verhevene met zich meebrengt, want er is geen gehoorzaamheid jegens een schepsel als dat ongehoorzaamheid jegens Allah de Almachtige betekent.>>>

Ten derde: de derde categorie van de leiders van de taaghoet is degene die oordeelt volgens iets anders dan wat Allah de Verhevene geopenbaard heeft, zoals Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En wie niet oordeelt met wat Allah neergezonden heeft, zij zijn dan de ongelovigen.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 44.]

Het maakt niet uit of dit nu een rechter betreft, of een koning, of een president enzovoort. Dus eenieder die oordeelt met iets anders dan wat Allah geopenbaard heeft en het bewust toepast, is een taaghoet, ook al beweert hij zelf iets anders. En waarlijk, Allah de Verhevene verklaarde hem een ongelovige. (#9) (#10)

Kaft Religieus extremisme kl<<< (#9) Voor een gedetailleerde bespreking, zie “Extremisme met betrekking tot het verklaren van anderen als ongelovigen – Onvoorwaardelijk een bestuurder die niet regeert in overeenstemming met wat Allah geopenbaard heeft als ongelovige verklaren” in hoofdstuk 3 van het boek Religieus Extremisme in het leven van hedendaagse moslims van dr. ‘Abdoel-Rah’maan ibn Moe’alaa al-Loewayh’iq al-Moetayrie, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah, te bestellen via onze webshop, en met uw aankoop steunt u de da’wah van www.uwkeuze.net.>>>

<<< (#10) Allah de Alwijze zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Zij (joden en christenen) hebben hun rabbijnen en hun monniken tot heren naast Allah genomen…” [Soerat at-Tawbah (9), aayah 31.] Degenen die bepalen wat toegestaan en verboden is zonder zich te beroepen op het Boek van Allah, kennen zich de rang van godheid toe; en degenen die hun recht om wetten te maken erkennen en deze volgen (door hen te gehoorzamen in dingen welke zij toegestaan of verboden verklaarden volgens hun eigen begeerten, zonder dat het opgedragen is door Allah de Verhevene), hebben hen als heren genomen. (Tefhiem al-Qor-aan, Sayyid Aboe al-A’laa Mawdoedie.) Ah’med, at-Tirmidzie en Ibn Djarier leverden over: “Eens, terwijl Allahs boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) het vers (9:31) reciteerde, zei ‘Adiy ibn H’aatim: ‘O boodschapper van Allah! Zij aanbidden hen (d.w.z. de rabbijnen en monniken) niet.’ De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Zij doen dat zeker wel. Zij (d.w.z. de rabbijnen en monniken) maakten wettige dingen onwettig, en onwettige dingen wettig, en zij (d.w.z. de joden en de christenen) volgden hen; en hierdoor aanbaden zij hen werkelijk.’” (Tefsier at-Tabarie, vol. 10.) Denk o.a. aan Paulus’ visie aangaande de besnijdenis en varkensvlees.>>>

Ten vierde: de vierde categorie van de leiders van de taaghoet is degene die beweert kennis over het ongeziene (al-ghayb – het onwaarneembare, het verborgene, hetgeen buiten het menselijke waarnemingsvermogen ligt) te hebben. Dit is zo omdat Allah de Enige is Die kennis over het ongeziene heeft, zoals Hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “(Hij alleen is) de Kenner van het (voor de schepping) onwaarneembare, en Hij onthult aan niemand Zijn mysteries (onzichtbare realiteiten). Behalve aan een boodschapper waar Hij tevreden mee is (Hij informeert hem over het onwaarneembare zoveel als Hij wil, zie aayah 3:179), waarna Hij van vóór hem en van achter hem beschermers zend (engelen, zie aayah 72:8-9, zodat de informatie veilig bij de boodschapper aankomt).” [Soerat al-Djinn (72), aayah 26-27.]

En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “En bij Hem zijn de sleutels van al-ghayb (het onwaarneembare), niemand kent deze behalve Hij. En Hij weet wat er op het land en wat in de zee is; en er valt geen blad of Hij weet daarvan. En er is geen zaadkorrel in de duisternissen van de aarde, noch iets vers (levend) noch iets droog (dood), of het is in een duidelijk Boek (al-Lawh’oel-Mah’foedhz).” [Soerat al-An’aam (6), aayah 59.]

Allah de Verhevene is dus de Enige Die gekarakteriseerd wordt met kennis over het ongeziene. Niemand anders heeft de mogelijkheid dit te weten behalve met Zijn Toestemming. De schepping weet niets over het ongeziene en over hetgeen in de toekomst zal plaatsvinden [behalve wat Allah de Verhevene of Zijn boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ons medegedeeld hebben]. Eenieder die beweert kennis te hebben over het ongeziene, voor zichzelf of voor anderen, hij heeft ongeloof begaan in Allah, de Meest Verhevene, en deelgenoten aan Hem toegekend in hetgeen waar Hij alleen recht op heeft (d.w.z. kennis over het ongeziene).

<<< Zo zou ‘Iesaa (Jezus – vrede zij met hem) gezegd hebben: “Maar van die Dag (de Dag der Opstanding) en Uur (het Laatste Uur) weet niemand, zelfs de engelen der hemelen niet, noch de Zoon (Jezus), maar de Vader (Allah) alleen.” (Matteüs 24:36.)

<<< Duivels onder de djinn (voor de mens onzichtbare schepsels geschapen door Allah van rookloos vuur) kunnen naar de hemel opstijgen en luisteren naar de gesprekken van de engelen over wat er zal gaan gebeuren op de aarde aangaande overlijden, andere gebeurtenissen en onwaarneembare zaken. Zij geven dit nieuws door aan waarzeggers (en paragnosten etc., die d.m.v. magie contact zoeken met de djinn) die het op hun beurt weer doorvertellen aan de mensen. Maar omdat de djinn slechts fragmenten horen van hetgeen de engelen tegen elkaar zeggen, mengen zij dit met leugens om er toch een samenhangend geheel van te maken: zozeer dat zij voor elk waar woord er zeventig valse woorden aan toevoegen. Djinn dienen niet verward te worden met het onstoffelijke (de zielen) van een overleden mens. Djinn zijn ook schepsels met een eigen wil en dienen ook te kiezen tussen goed en kwaad. Er zijn onder de djinn ook moslims, christenen, joden en ongelovigen etc. Men kan contact leggen met de djinn d.m.v. zwarte magie, glaasje draaien, Ouijabord, pendelen etc., wat h’araam (verboden) is in de Islaam. Het is zeer gevaarlijk om djinn op te roepen, omdat je niet weet of je met goede/eerlijke of slechte/leugenachtige djinn te maken gaat krijgen. Slechte djinn zullen hun best doen om de mens schade te berokkenen door hen tot ongeloof uit te nodigen, te achtervolgen, angstaanvallen teweeg te brengen etc., en zelfs zelfmoord te laten plegen. As-shaytaan (de satan – Iblies) is een djinn. Zie het artikel De wereld van de djinn.>>>

Ten vijfde: de vijfde en laatste categorie van de leiders van de taaghoet is wat dat naast Allah aanbeden wordt met diens tevredenheid. Vele categorieën kunnen hieronder verzameld worden. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “En wie van hen zegt: ‘Waarlijk, ik ben een god naast Hem (Allah),’ zo iemand vergelden Wij met de Hel! Aldus vergelden Wij de onrechtplegers!” [Soerat al-Anbiyaa-e (21), aayah 29.]

Dit is dus het oordeel van Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) over de taaghoet, die anderen opriep om hem te aanbidden en die zichzelf als god plaatste naast Allah, zoals gedaan werd door Fir’awn [de Egyptische farao ten tijde van Moesaa – Mozes (vrede zij met hem)], moge de vloek van Allah op hem zijn, en zoals ook door anderen gedaan werd.

<<< Vervloeken (verdoemen): dat Allah iemand of iets uit Zijn Genade verwijdert, of dat iemand Allah vraagt iets of iemand anders uit Zijn Genade te verwijderen.>>>

<<< ‘Iesaa (Jezus – vrede zij met hem) wordt aanbeden, maar hij is geen taaghoet omdat hij niet tevreden is met deze aanbidding en daar ook nooit toe heeft opgeroepen. Zo zou hij (vrede zij met hem) gezegd hebben: “Waarom noem je mij goed? Niemand is goed behalve God.” (Marcus 10:18.) Als Jezus (vrede zij met hem) zichzelf als “niet goed” beschouwt (niet het recht hebbende om aanbeden te worden), hoe kan dan iemand die beweert Jezus te volgen hem op hetzelfde niveau plaatsen als God de Almachtige? Een ander belangrijk punt is dat hij zegt “behalve God”. Jezus (‘alayhie as-salaam) geeft hier exclusiviteit aan God de Almachtige, toen hij zei “behalve”. Als Jezus (vrede zij met hem) waarlijk deel uitmaakte van een goddelijke drie-eenheid, zou hij dit, op zijn minst, niet gezegd hebben. Maar Jezus (vrede zij met hem) neemt hier dus expliciet afstand van alle eer en recht om aanbeden te worden, want die eer en dat recht komen alleen God toe, niet hem: “…want de Vader (God) is meer (groter, belangrijker) dan ik (Jezus)…” (Johannes 14:28.) Zie de verhandeling Eenheid versus drie-eenheid – schaakmat!>>>

Dit zijn dus de vijf leiders die genoemd zijn als behorend tot de meest voorname categorieën van taaghoet. Er zijn ook nog andere soorten taaghoet die hier niet genoemd zijn.

Samenvatting:

1.) Taaghoet is alles dat naast Allah aanbeden en gehoorzaamd wordt met diens tevredenheid.

2.) De soorten taaghoet zijn talrijk, maar de meest belangrijke van hen zijn de vijf categorieën die in deze verhandeling genoemd zijn.

Toets:

1.) Is de betekenis van het woord taaghoet specifiek of algemeen?

2.) Wat zijn de meest belangrijke leiders van taaghoet?

3.) Wat is het bewijs dat de duivel één van de leiders van taaghoet is?

4.) Wat is de regelgeving betreffende degene die beweert kennis te hebben over het ongeziene? Geef je bewijs.

 


Paragraaf 4: het verwerpen van de taaghoet is een voorwaarde voor de correctheid van geloof

Men dient te weten dat men nooit een gelovige in Allah wordt tenzij men de taaghoet verwerpt. Het bewijs hiervoor is de Uitspraak van Allah (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen dwang in de religie. Werkelijk, het rechte pad (van leiding) is duidelijk onderscheiden van het slechte pad (van dwaling). Wie dan de taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid) verwerpt en in Allah gelooft, hij heeft dan werkelijk het meest betrouwbare (of stevigste) houvast gegrepen [d.w.z. imaan (geloof), of de Islaam], dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

Het “rechte pad” hier verwijst naar de religie van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), terwijl het “slechte pad” verwijst naar de religie van Aboe Djahl (een oom en de grootste vijand van Moh’ammed). Het “meest betrouwbare houvast” verwijst naar de getuigenis dat er geen god is die het waard is om aanbeden te worden behalve Allah (laa illaaha ill-Allaah). Deze getuigenis bestaat uit een ontkenning en een bevestiging. Het ontkent alle vormen van aanbidding voor degenen die naast Allah aanbeden worden, terwijl het alle vormen van aanbidding voor Allah bevestigt, zonder enige deelgenoot aan Hem toe te kennen.

Uitleg:

Taal: istamsaka (vasthouden aan) je stevig aan iets vasthouden; infisaam (onbreekbaar) verbreken, scheiden; ghayy (verkeerde weg) betekent afwijking en misleiding.

Uitleg: men kan geen imaan (geloof) in Allah hebben tenzij men eerst de taaghoet verwerpt, aangezien imaan (geloof) en shirk (polytheïsme) niet samen in één hart aanwezig kunnen zijn, want zij zijn elkaars tegenovergestelde. Dus men dient alle aanbidding die verricht wordt voor anderen dan Allah te mijden en vervolgens de aanbidding van Allah alleen te bewerkstelligen. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen dwang in de religie. Werkelijk, het rechte pad (van leiding) is duidelijk onderscheiden van het slechte pad (van dwaling). Wie dan de taaghoet (alles wat onterecht aanbeden wordt met diens tevredenheid) verwerpt en in Allah gelooft, hij heeft dan werkelijk het meest betrouwbare (of stevigste) houvast gegrepen [d.w.z. imaan (geloof), of de Islaam], dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 256.]

Allah Ta’aalaa noemt als eerste het “verwerpen van de taaghoet” en vervolgens als tweede het “geloven in Allah”, als een verduidelijking en bevestiging voor wat Hij aangeeft.

Roeshd (leiding, d.w.z. het correcte pad) hier betekent de religie van Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), de religie van tawh’ied (zuiver monotheïsme), de aanbidding exclusief voor Allah makend en de religie alleen en uitsluitend voor Hem.

Ghayy (misleiding, d.w.z. het verkeerde pad) betekent hier de religie van Aboe Djahl, het toekennen van deelgenoten aan Allah en het aanbidden van anderen naast Allah.

Al-‘Oerwat-oel-woethqaa [het meest betrouwbare (of stevigste) houvast] betekent hier de getuigenis dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah (laa illaaha ill-Allaah), wat een ontkenning en een bevestiging is. Laa illaaha ontkent dat iets/iemand naast Allah het recht heeft om enige vorm van aanbidding te ontvangen, want waarlijk, zij verdienen dit niet en zij hebben absoluut geen macht/controle over de aangelegenheden. Ill-Allaah is een bevestiging omdat Allah de Verhevene alle vormen van aanbidding waardig is, in al zijn verschillende categorieën. Dit is zo omdat Hij de Enige is Die gekenmerkt wordt met schepping, eigenaarschap en bestuur (van aangelegenheden). Dus daarom heeft Hij alle recht op alle vormen van aanbidding, in tegenstelling tot anderen.

Samenvatting:

1.) Het verwerpen van de taaghoet is een voorwaarde voor de correctheid (en dus aanvaardbaarheid) van geloof.

2.) Roeshd (het correcte pad) betekent tawh’ied (de eenheid van Allah) en ghayy (het verkeerde pad) betekent shirk (afgoderij).

3.) Laa illaaha ill-Allaah bestaat uit een ontkenning en een bevestiging.

Toets:

1.) Wat komt als eerste: het verwerpen van de taaghoet of geloven in Allah?

2.) Geef de betekenissen van de volgende termen: (a) roeshd, (b) ghayy, (c) al-‘oerwat-oel-woethqaa.

3.) Wat betekent het wanneer iemand zegt dat laa illaaha ill-Allaah een ontkenning en een bevestiging is?

Einde.

En tot Allah keren wij allemaal terug voor beoordeling.

 

Relevante artikelen:

Monotheïsme (tawh’ied) (diverse artikelen over tawh’ied en shirk)

De voorwaarden van as-shahaadah