Alle dieren zijn gelijk…

…maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere.

Dieren gelijkDoor Abdelhakim Chouaati.

De verpersoonlijking van het westerse recht is Vrouwe Justitia, een van oorsprong Romeinse afgodin. Haar beeltenis is op verschillende manieren (onder andere in de vorm van beelden, schilderijen en muurtekeningen) in de ruimten waarin vroeger recht werd gesproken terug te vinden. In de regel wordt Vrouwe Justitia afgebeeld als een geblinddoekte vrouw, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. Het zwaard is een teken van macht, en staat voor het rechtvaardige vonnis. De blinddoek symboliseert de rechtspraak zonder aanzien des persoons. Geslacht, etniciteit, godsdienstigheid en sociale status hebben geen invloed op het uiteindelijke oordeel. Het zijn alleen de feiten en de daden die mogen wegen. De balans staat voor de zorgvuldige afweging van de bewijslast en de getuigenissen die, óf in het voordeel, óf in het nadeel van de gedaagde spreken.

Noem mij naïef – onnozel zelfs! – maar tot het jaar 2008 was ik er ten volle van overtuigd dat er in Nederland een transparante, objectieve en derhalve “rasneutrale” rechtsgang mogelijk was. Man of vrouw, gekleurd of Arisch roomwit, orthodox religieus of fervent darwinist: voor Vrouwe Justitia zijn wij allen gelijk. Anders dan in de Verenigde Staten bijvoorbeeld, waar uit onderzoek van professor Scott Phillips van de universiteit van Denver blijkt dat zwarte Amerikanen vaker ter dood worden veroordeeld, en voor minder zware feiten dan blanke Amerikanen. Voor iedere 100 blanke en 100 zwarte beklaagden kregen gemiddeld 12 blanken en maar liefst 17 (!) Afro-Amerikanen de doodstraf. Het discriminatoire karakter van de veroordelingen van de Afro-Amerikanen blijkt voornamelijk uit de feiten waarvóór zij de doodstraf kregen. De criteria voor wat als een ernstig vergrijp werd beschouwd, lagen veel hoger wanneer het ging om blanke aangeklaagden. Uit de statistieken van Harris County kan verder worden opgemaakt dat de doodstraf vaker werd opgelegd wanneer de slachtoffers blank waren. U zult wellicht meewarig meelezen, en denken: ‘Tsja, dat is Amerika mijn beste vriend, geen Nederland! In ons kleine kikkerlandje is geen ruimte voor Amerikaanse toestanden, daar zijn wij Nederlanders veel te nuchter voor!’ Waarvan akte.

Dinsdag 4 december 2007. Het was een grauwe opnamedag, de dag dat ik voor de voorlaatste aflevering van de zesdelige televisieserie Ab & Sal de gerenommeerde strafrechtadvocaat Victor Koppe mocht interviewen. Het werd uiteindelijk een bewogen aflevering, waarin een aantal kopstukken uit het juridische systeem schoorvoetend erkenden dat ook Nederland klasse-justitie kent. Gedurende het vraaggesprek met Victor Koppe vielen mij de schellen van de ogen. Volgens de strafrechtadvocaat toont de Nederlandse maatschappij zich de laatste jaren (sinds 11 september 2001) veel gevoeliger voor radicale- of haat zaaiende uitingen vanuit de moslimgemeenschap dan andersom. Deze ontwikkeling heeft volgens hem een absoluut effect gehad op het Nederlandse rechtssysteem. Victor Koppe verklaart: ‘Ik heb een aantal zaken gedaan, van vermeende moslimfundamentalisten of terroristen. Als je ziet wat die jongens voor straf krijgen, als je vergelijkt met neonazi-types en extreemrechtse figuren die er overigens een gedachtegoed op na houden waarvan in ieder geval vast staat dat ze verantwoordelijk zijn voor vele miljoenen doden, dan zie je dat die strafmaat totaal niet met elkaar in verhouding zijn. Een moslim krijgt het drie- vierdubbele van datgene wat een rechtsextremist in Nederland krijgt. Dat vind ik wel zorgelijk. Ik vind dat als je mensen vervolgt of veroordeelt dan moet je gelijk oordelen…’

‘Ik vind het choquerend!’, reageerde ik onthutst. ‘Dat vind ik ook’, vervolgde hij. ‘Het is eigenlijk ongelofelijk als je erover nadenkt dat de eis tegen een aantal-, twee cliënten van mij 3 jaar is omdat zij lid zouden zijn van een organisatie die zich bezig houdt met haat zaaien, opruien etc. Terwijl een neonazi die een moskee in brand steekt, allerlei propagandamateriaal heeft uit de oorlog, wapens bij zich heeft, handgranaten, nog niet eens 1,5 jaar krijgt. Dit is iets wat absoluut niet kan’.

Ik was geschokt. Verbijsterd. Naarstig probeerde ik mijn kijk op het Nederlandse rechtssysteem te herijken. Maar waar in hemelsnaam te beginnen? Waar te beginnen als de aloude rotsvaste bodem – mijn haast blinde vertrouwen in rechtvaardigheid van de nuchtere Hollander – net met de kracht van orkaan El Niño is weggevaagd? De ware schok zou een drietal jaren later volgen.

Donderdag 30 september 2010. De dag van de presentatie van het regeer- en gedoogakkoord. Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders hadden vlinders in hun buik. Breed lachend gaven zij hun ‘historische’ presentatie, de prelude van wat later een bestendig politiek huwelijk zou zijn. Weliswaar polygaam, met Wilders als ‘weerbarstige’ buitenvrouw. Af en toe en wierpen zij elkaar steelse blikken toe, en werd er loyaal op ruggen en billen getikt. Ouwe jongens krentenbrood. Voor ons allochtonen was het echter een horreur. Met afgrijzen hebben wij (de moslimse Nederlanders in het bijzonder) de aankondiging van een boerkaverbod – oftewel de voorbode van een hoofddoekverbod [zie Laat je niet misleiden (m.b.t. de aanval op de niqaab)] – en de populistische wetgeving omtrent de denaturalisatie (beroving van de nationaliteit) van criminelen met een dubbele nationaliteit aangehoord. Met de laatst genoemde maatregel is er in Nederland een nieuwe variant van de Apartheid ontstaan: een Apartheid-light.

Denaturalisatie is niets nieuws. Er zijn tal van omstandigheden te noemen waarin een burger zijn Nederlandse nationaliteit kan verliezen. Zo kan een ingezetene met een dubbele nationaliteit zijn Nederlandse nationaliteit verliezen wanneer hij zich vrijwillig in vreemd krijgsdienst begeeft; van een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen het Koninkrijk der Nederlanden, dan wel tegen een bondgenootschap waarvan het Koninkrijk lid is. Een concreet voorbeeld: een Nederlandse moslim die afreist naar Afghanistan om daar in dienst van de Taliban bermbommen te plaatsen.

Er is echter geen sprake van gelijkwaardigheid tussen burgers (of van etnisch neutrale rechtspraak) wanneer de afkomst van de gedaagde de strafmaat bepaalt. Ter vergelijking: twee gewapende overvallers besluiten om gezamenlijk een benzinestation te overvallen, en worden naderhand opgepakt. De autochtone crimineel moet zijn straf uitzitten, terwijl zijn allochtone collega voor hetzelfde vergrijp (!) een grote kans loopt zijn Nederlanderschap kwijt te raken. Met als direct gevolg een ongewenst-verklaring en de beëindiging van zijn verblijfsrecht. Kortom: deportatie naar het ‘and van herkomst’. Twee joden weten wat een bril kost: het gaat hier natuurlijk om Marokkanen en Turken. Alsof wij Marokkanen over een genetische afwijking beschikken die ons gradueel crimineler maakt dan de lokale nazaten van de Batavieren, Kelten, Germanen of de Franse Hugenoten. We komen dan wel van de Riffijnse bergen, maar we zijn niet gek!

Wanneer we consumeren zijn we Nederlanders, voor de Belastingdienst zijn we Nederlanders, wanneer we ons leven riskeren in Uruzgan zijn we Nederlanders, wanneer we een orgaan ter beschikking stellen zijn we Nederlanders, maar wanneer we een fout begaan zijn we Marokkaan. Dat het hier om jongens gaat die hier geboren en getogen zijn, die denken en dromen in het Nederlands, die geen tot weinig binding met het land van hun voorouders hebben, gebrekkig Tamazight (Berbers) of Marokkaans-Arabisch spreken, wordt straal aan voorbij gegaan. Uitzetting naar een Siberisch werkkamp biedt hun nog meer toekomstperspectief. Nederland is hun vaderland. Zij zijn de vruchten – hoe zuur ook – van onze maatschappij. Dubbel wrang is dat de dubbele nationaliteit ons van bovenaf is opgelegd en wij hier onmachtig in staan; wij kunnen hier simpelweg geen afstand van nemen.

Anno 2011 draagt Vrouwe Justitia nog steeds een weegschaal, een zwaard en een blinddoek. De betekenis van deze symboliek heb ik aan het begin van mijn relaas geschetst. Vrouwe Justitia blijkt echter – evenals haar goddelijke status – een grove leugen te zijn. Met haar weegschaal heeft ze gesjoemeld, en in haar blinddoek heeft ze twee kijkgaten geknipt. Ze ziet er nu uit als een soort vrouwelijke Zorro of een pizza vretende Ninja Turtle. Af en toe legt ze haar zwaard neer, en pakt ze – wanneer het om moslims gaat – er een vergrootglas bij. Deze ontwikkelingen doen mij denken aan de laatst overgebleven stelregel van de ‘Principes van het Animalisme’, uit de boekklassieker ‘The Animal Farm‘ (De boerderij der dieren) van de Britse schrijver en journalist George Orwell:

“Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere.”

Abdelhakim Chouaati
11 februari 2011