al-walaa-e wa al-baraa-e

Loyaliteit en distantiëring.

Wala wa bara klUit het 817 pagina’s tellende boek Religieus Extremisme in het leven van hedendaagse moslims van dr. ‘Abdoel-Rah’maan ibn Moe’alaa al-Loewayh’iq al-Moetayrie, vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Wie van jullie afvallig wordt jegens zijn religie (de Islaam), Allah zal dan een volk brengen van wie Hij houdt en zij houden van Hem, nederig (en mild) tegenover de gelovigen, krachtig [a’iezzah (#1)] tegenover de ongelovigen, strijdend op de weg van Allah en niemands verwijt vrezend (#2)…” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 54.]

 

<<< (#1) A’iezzah: het vertonen van kracht (en vastberadenheid), roem en trots voor het volgen van hun religie. (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.) Zie het artikel Trots…>>>

<<< (#2) Zijn enige zorg is het verwerven van de Tevredenheid van Allah de Verhevene en afkeuring, bezwaren en bespotting etc. door zijn tegenstanders deren hem niet.>>>

 

De betekenis van al-walaa-e en al-baraa-e

1.) De taalkundige betekenis van al-walaa-e:

Ibn Faaris heeft gezegd: “[De drie Arabische letters] waaw, laam en yaa-e vormen een correct stamwoord dat duidt op nabijheid. Van dit stamwoord komt al-waliey. Men zegt: ‘Zij namen afstand na walie,’ dat wil zeggen nabijheid zoeken.” (Moe’djam Maqaayies al-Loeghah, onderwerp walie.)

Al-Moewaalaah is liefde. Men zegt: “Die-en-die waala tot die-en-die,” als hij van hem houdt. (Van de verklaring van Ibn al-‘Araabie. Zie Ibn Mandhzoer, al-Lisaan, onderwerp walie.)

Al-Walaa-e betekent ook hulp en assistentie. Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, wat Allah jullie verbood is (alleen) met betrekking tot degenen die jullie bevochten wegens de religie, en die jullie uit jullie huizen hebben verdreven, en die anderen hielpen om jullie te verdrijven, om hen loyaal (bevriend) te zijn. En eenieder die hen loyaal is (tot vriend neemt, in zulke omstandigheden), zij zijn dan de dhzaalimoen (onrechtplegers, overtreders)…” [Soerat al-Moemtah’ienah (60), aayah 9.]

Al-Faraa-e heeft gezegd: “Dat wil zeggen, hen steunen, bedoelend de mensen van Mekkah.” (Geciteerd van Ibn Mandhzoer, al-Lisaan, onderwerp walie.)

2.) De taalkundige betekenis van al-baraa-e:

Ibn Faaris legt uit dat de letters baa-e, raa-e en hamzah twee onafhankelijke stamwoorden vormen waarvan andere vertakkingen worden afgeleid. Een van hen is “schepping”. Men zegt, bijvoorbeeld: “Allah bara-a [schiep] de schepping.” Het andere basiswoord betekent: distantiëring van iets en je er van onthouden.” Dit basiswoord, bar-e, betekent gezond zijn en vrij van ziekte. Aldus zegt men: “Ik heb jouw recht vervuld [of ik ben vrij van jouw recht].” De mensen van de Hidjaaz zeggen: “Ik ben boeraa [vrij, onschuldig] van jou,” terwijl anderen in plaats daarvan zeggen: “Ik ben barie van jou.” (Moe’djam Maqaayies al-Loeghah, onderwerp bara, vol. 1, p. 236.)

Een geleerde betreffende Arabisch heeft gezegd: “Men zegt barie-a wanneer hij vrij is van iets [of het vervuld heeft]; en men zegt barie-a als iemand zich van iets onthoud en er van weg blijft; en men zegt barie-a wanneer hij vermaand en waarschuwt.” (Ibn al-‘Araabie, aangehaald in Lisaan al-‘Arab, onderwerp bara-a.)

3.) De sharie’ah betekenissen van al-walaa-e en al-baraa-e:

Al-Walaa-e en al-wilaayah betekenen steun, liefde en respect. (Zie Ibn Abie al-‘Izz al-H’anafie, Sharh’ al-‘Aqiedah at-Tah’aawiyyah, p. 403; Soelaymaan ibn ‘Abdoellaah, Taysier al-‘Aziez al-H’amied, p. 422; dr. Moh’ammed al-Qah’taanie, al-Walaa-e wa al-Baraa-e, p. 90.)

[Al-Walaa-e – loyaliteit, liefde, steun, hulp etc. – is om totaal in overeenstemming te zijn met de uitspraken, daden en overtuigingen die Allah de Verhevene behagen, alsook de personen van wie Hij houdt.]

Al-Baraa-e betekent distantiëring, het vrij zijn van een ander en vijandigheid na het vermanen en waarschuwen. (Dr. Moh’ammed al-Qah’taanie, al-Walaa-e wa al-Baraa-e, p. 90.)

[Al-Baraa-e is het tegenovergestelde van al-walaa-e en het betekent het oneens zijn met alles wat Allah de Verhevene haat en veroordeelt.]

Ibn Taymiyyah heeft gezegd: “Al-Wilaayah is het tegenovergestelde van vijandigheid [haatgevoel] en wrok. De basis van al-wilaayah is liefde en nabijheid. De basis van adaawah [vijandigheid en wrok] is haat en distantiëring.” (Ibn Taymiyyah, al-Foerqaan, p. 7.)

 

De positie van al-walaa-e en al-baraa-e in de Islaam

Het concept van al-walaa-e wa al-baraa-e is een groot fundament van onder de fundamenten van de Islaam. Het is een noodzakelijke implicatie van de getuigenis: “Er is niemand [of niets] waardig om aanbeden te worden behalve Allah.” Talrijke teksten verwijzen naar dit fundament, zozeer dat een geleerde opmerkte: “Er is niets in het Boek van Allah dat meer en duidelijkere bewijzen heeft [dan al-walaa-e wa al-baraa-e] – het komt slechts na de verplichting van tawh’ied en het verbod op het tegenovergestelde [d.w.z. shirk].” (H’amad ibn ‘Atieq, Sabieloe an-Nadjaatie wa l-Fikaak, p. 31.)

Tot het bewijs met betrekking tot dit onderwerp behoort het volgende, Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Laat de gelovigen niet de ongelovigen nemen als beschermers (helpers) in plaats van de gelovigen. En wie dat doet heeft dan niets meer met Allah te maken, behalve wanneer jullie een gevaar van hen (de ongelovigen) vrezen. (#3) En Allah waarschuwt jullie voor Zichzelf (Zijn bestraffing). En tot Allah is de terugkeer.” (#4) [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 28.]

[Ibn Kethier zegt in zijn Tefsier: “Allah verbood Zijn gelovige dienaren om helpers van de ongelovigen te worden, of om hen als vrienden te nemen met wie zij vriendschappen aangaan, liever dan de gelovigen.”]

<<< (#3) Wanneer gelovigen vrezen voor hun veiligheid, mogen zij vriendschap tonen tegenover de (vijandige) ongelovigen, maar alleen uitwendig, niet inwendig. Moslims die gedwongen en onderdrukt worden, of die door de ongelovigen in gevangenschap zijn genomen en bedreigd worden met de dood of marteling (wat in de Islaam verboden is), zijn toegestaan om (alleen met hun tong) acceptatie te uiten van het ongeloof, de incorrecte praktijken en onjuiste geloofsovertuigingen van de ongelovigen terwijl zij een afkeer in hun harten hebben. Maar dit is niet het meest ideale. Het meest ideale is dat men dit alles gewoon blijft verwerpen, wat men hem ook aandoet. De bekende marteling van Bilaal (moge Allah tevreden zijn met hem) is daar een goed voorbeeld van. Dit principe dient echter niet verward en vergeleken te worden met het fenomeen taqiyah (veinzen, huichelen, verbergen) zoals de sji’ieten dat toepassen. Zie vraag 59 over taqiyah.>>>

<<< (#4) Deze aayah werd geopenbaard naar aanleiding van een groep gelovigen die Joodse vrienden hadden. Deze gelovigen gaven moewalaat (steun, hulp etc.) aan deze Joden. Sommigen van de sah’aabah (metgezellen – moge Allah tevreden zijn met hen) zeiden tegen deze gelovigen: “Blijf weg van die Joden en wees op jullie hoede voor hun vriendschap, want zij kunnen jullie van jullie religie afleiden en jullie tot dwaling leiden nadat jullie hebben geloofd.” Echter, deze groep van gelovigen accepteerde het advies niet en bleven loyaal tegenover hun Joodse vrienden: aldus openbaarde Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) (Nederlandstalige interpretatie): “Laat de gelovigen niet de ongelovigen nemen als beschermers (helpers) in plaats van de gelovigen…”>>> (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Walaa wa baraa wp

 

Allah Soebh’aanahoe wa Ta’aalaa (Glorieus en Verheven is Hij) zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Neem Mijn vijanden en jullie vijanden (strijdende ongelovigen en polytheïsten) niet tot awliyaa-e (helpers, vrienden), genegenheid tonend jegens hen, terwijl zij werkelijk ongelovig zijn in wat tot jullie gekomen is van de waarheid (het islamitisch monotheïsme, deze Qor-aan en Moh’ammed). Zij hebben de boodschapper (Moh’ammed) en jullie verdreven (uit jullie vaderland) (louter) omdat jullie geloven in Allah (alleen), jullie Heer! Als jullie uitrukken, strijdend op Mijn weg en Mijn Tevredenheid verlangend (neem hen dan niet als jullie vrienden). Jullie verheimelijkten de genegenheid voor hen, terwijl Ik het beste op de hoogte ben aangaande hetgeen jullie (proberen te) verbergen en hetgeen jullie openlijk doen. En wie van jullie (moslims) dit doet, die is dan werkelijk afgedwaald van de rechte weg.” (#5) [Soerat al-Moemtah’ienah (60), aayah 1.]

<<< (#5) De directe aanleiding (asbaab an-noezoel) voor de openbaring van dit vers was een geheime brief verzonden door H’atieb ibn Abie Balta’ah (moge Allah tevreden zijn met hem), een moehaadjir (migrant), vanuit al-Medienah naar de heidenen in Mekkah. In die brief waarschuwde hij de Qoeraysh met zeer vriendelijke termen dat de boodschapper Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) besloten had om Mekkah te veroveren aangezien zij het vredesverdrag geschonden hadden. D.m.v. die brief zocht hij bescherming voor zijn kinderen en verwanten die hij in Mekkah had achtergelaten. De brief werd echter onderschept en hij biechtte de waarheid op, waardoor hij vergeven werd. Aldus werd deze instructie gegeven voor toekomstige leiding. (Zie o.a. Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Allah de Verhevene zegt wederom (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Neem de joden en de christenen niet als bondgenoten (awliyaa-e), zij zijn elkaars bondgenoten. En wie van jullie hen als bondgenoten neemt, dan behoort hij waarlijk tot hen. Waarlijk, Allah leidt het onrechtvaardige volk (polytheïsten en onrechtplegers) niet.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 51.]

Allah Ta’aalaa zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “O degenen die geloven! Neem geen bitaanah (adviseurs, beschermers, helpers, boezemvrienden) van anderen dan van jullie zelf (d.w.z. niet van de hypocrieten, joden, christenen etc.): zij schieten niet te kort om jullie tot verdorvenheid te leiden. Zij wensen vurig dat jullie lijden. Werkelijk, de haat (jegens de Islaam en zijn volgelingen) verscheen reeds uit hun monden, en wat (zij in) hun borstkassen (harten) verbergen is groter (erger). Werkelijk, Wij verduidelijkten voor jullie de aayaat (tekenen, bewijzen, verzen), als jullie begrijpen.” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 118.]

Voorzeker, er zijn vele verzen van deze aard. Er zijn ook [o.a.] de volgende ah’aadieth:

Djarier ibn ‘Abdoellaah al-Badjalie (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat hij plechtig beloofde aan de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) om: “…oprecht te handelen tegenover elke moslim en om vrij te zijn van elke ongelovige.” (Overgeleverd door Ah’mad, an-Nasaa-ie en al-Bayhaqie. De essentie van Djariers h’adieth kan ook gevonden worden in de Sah’ieh’ayn van al-Boekhaarie en Moeslim.)

Ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Het stevigste koord van de religie is liefhebben omwille van Allah en haten omwille van Allah.” [Overgeleverd door Ibn Abie Shaybah in Kitaab al-Imaan als een h’adieth van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), p. 45.]

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Het stevigste koord van de religie is het hebben van loyaliteit omwille van Allah, distantiëring omwille van Allah, liefhebben omwille van Allah en haten omwille van Allah.” [Overgeleverd door at-Tabaraanie en door al-Baghawie in Sharh’ as-Soennah van de h’adieth verhaald door Ibn ‘Abbaas en Ibn Mas’oed (moge Allah tevreden zijn met hen beide) van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).]

Deze loyaliteit is gebaseerd op en hangt af van waarheid. Het is alleen omwille van waarheid en het kan niet op enige andere basis. In feite toont iemand zijn loyaliteit tegenover elke gelovige, het maakt niet uit wat voor soort of van welk niveau hij is. Loyaliteit is ook relatief, afhankelijk van hoeveel de moslim zich vasthoudt aan de waarheid. Ibn Taymiyyah heeft gezegd: “Voor eenieder die een gelovige is, het is verplicht om hem loyaliteit te schenken, het maakt niet uit wat voor soort hij is. En voor eenieder die een ongelovige is, het is verplicht om vijandigheid (afkeer) tegenover hem te hebben, het maakt niet uit wat voor soort hij is… Als iemand geloof en kwaad in zich heeft, hem wordt een hoeveelheid loyaliteit gegeven dat overeenkomt met het niveau van zijn geloof, en een hoeveelheid haat dat overeenkomt met het niveau van zijn kwaad. Maar hij valt niet volledig buiten de Islaam eenvoudig door zonden en ongehoorzaamheid.” (Ibn Taymiyyah, al-Fataawaa, vol. 28, p. 227-229.)

Loyaliteit en distantiëring hebben hun gepaste grenzen. Eenieder die tekortschiet in de gewenste loyaliteit is onachtzaam geweest. Eenieder die de bekrachtigde grens van loyaliteit overschrijdt is een laakbare extremist. Eenieder die tekortschiet in zijn distantiëring is onachtzaam. Eenieder die de gepaste grenzen overschrijdt is een laakbare extremist.

Kaft Religieus extremisme klUit het 817 pagina’s tellende boek Religieus Extremisme in het leven van hedendaagse moslims van dr. ‘Abdoel-Rah’maan ibn Moe’alaa al-Loewayh’iq al-Moetayrie, vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah (te bestellen via onze webshop, en met uw aankoop steunt u de da’wah van www.uwkeuze.net).

[Het volgende is een toevoeging van uwkeuze.net:]

Al-Walaa-e wa al-baraa-e is een onderdeel van iemands imaan (geloof) en is noodzakelijk voor de perfectie ervan. Profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die lief heeft omwille van Allah, haat heeft omwille van Allah, doneert omwille van Allah en ontneemt omwille van Allah; een dergelijk persoon heeft zijn imaan geperfectioneerd.” (Overgeleverd door Ah’mad en at-Tirmidzie.)

Je distantiëren van en haat/vijandigheid koesteren jegens ongelovigen betekent niet “verbreek alle banden met hen en stop met het prediken tot hen”, maar “heb geen innige relaties met hen (houd gepast afstand).”

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Jij (O Moh’ammed) zult geen volk (persoon) vinden dat (waarlijk) gelooft in Allah en de Laatste Dag, dat vriendschap sluit met degenen die zich (actief en vijandig) verzetten tegen Allah en Zijn boodschapper (Moh’ammed), ook al zijn het hun vaders, of hun zonen, of hun broers, of hun verwanten (familie, stam, clan)…” [Soerat al-Moedjaadilah (58), aayah 22.]

D.w.z., iedereen die zich bezig houdt met actieve vijandigheid jegens de boodschap van Allah ‘Azza wa Djel (de Almachtige en Majesteitelijke) en de persoon of de leringen van Zijn boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem). Wat betreft relaties met ongelovigen die niet actief vijandig zijn jegens de Islaam, de Qor-aan staat nadrukkelijk toe en draagt op vele plaatsen impliciet op (b.v. aayah 60:8) om vriendelijkheid en welwillendheid te betonen jegens hen. (The Message of the Qur’aan, Moh’ammed Asad.)

Allah Ta’aalaa zegt in aayah 60:8 (Nederlandstalige interpretatie): “Allah verbiedt jullie niet om rechtvaardig (d.w.z. niet vijandig) en vriendelijk om te gaan met degenen die niet tegen jullie vechten vanwege de religie en die jullie niet uit jullie huizen verdrijven. Waarlijk, Allah houdt van de rechtvaardigen.” [Soerat al-Moemtah’ienah (60), aayah 8.]

“Allah verbiedt jullie niet” beduidt in deze context een positieve aansporing. (Zamakhshaarie.) Het leven van profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) is vol met voorbeelden. Denk ook aan de relatie van profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) met zijn oom Aboe Taalib.

Hoe zit het dan wat betreft bijvoorbeeld de ouders van bekeerlingen die geen moslim zijn? Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En Wij bevolen de mens goedheid jegens zijn ouders. Zijn moeder droeg hem in zwakheid op zwakheid en zijn zogen duurde twee jaar. Wees daarom dankbaar jegens Mij en jouw ouders. Tot Mij alleen is de terugkeer. En als zij ernaar streven om jou deelgenoten toe te laten kennen aan Mij, waarover jij geen kennis hebt (#6), gehoorzaam hen dan niet, en vergezel hen beide met goedheid in deze wereld…” [Soerat Loeqmaan (31), aayah 14-15.]

<<< (#6) D.w.z. wat in strijd is met jouw kennis dat niets en niemand aandeel mag/kan hebben in de Eigenschappen of Rechten van God. (Naar The Message of the Qur’aan, Moh’ammed Asad.)>>>

At-Tabaraanie leverde over in al-‘Ishrah dat Sa’d ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Deze aayah werd geopenbaard betreffende mij. Ik was een man die zijn moeder eerde. Maar toen ik moslim werd, zei ze: ‘O Sa’d! Wat is dit voor iets nieuws wat ik jou zie doen!? Verlaat deze religie van jou, of ik zal niet eten of drinken totdat ik sterf. En de mensen zullen zeggen: ‘Schaam je!,’ voor wat jij mij hebt aangedaan. En zij zullen zeggen dat jij jouw moeder gedood hebt.’ Ik zei: ‘Doe dat niet, O moeder! Want ik zal deze religie van mij voor niets opgeven.’ Zij at een dag en een nacht niet, en ze raakte uitgeput; vervolgens at ze wederom een dag en een nacht niet, en ze raakte volkomen uitgeput; vervolgens at ze wederom een dag en een nacht niet en haar uitputting werd erger. Toen ik dat zag, zei ik: ‘O mijn moeder! Bij Allah, ook al had u honderd levens en zij zouden een voor een weggaan, dan nog zou ik deze religie van mij voor niets opgeven. Dus als u wilt, eet, en als u wilt, eet niet.’ Dus at ze.” (Uit Tefsier Ibn Kethier.) (Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven. Gebruik de afbeelding voor da’wah.)

 

Houden van

 

Allah de Meest Barmhartige draagt ons op om onze ouders te respecteren en goed te behandelen, maar hen niet te gehoorzamen in ongeloof want, zo zei profeet Moh’ammed (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Er is geen gehoorzaamheid jegens de schepping als dat ongehoorzaamheid is jegens de Schepper.” (Sah’ieh’, zie Mishkaat al-Masaabieh’, 2/1092, h’adieth 3696.)

Tot slot een laatste aayah, die aangeeft (Nederlandstalige interpretatie): “En degenen die ongelovig zijn, zijn elkaars awliyaa-e (beschermers, helpers). Indien jullie dat niet doen (O moslims, door elkaar hulp te bieden), zal er fitnah (oorlogen, onderdrukking etc.) zijn op aarde en groot verderf (polytheïsme, onrecht etc.).” [Soerat al-Anfaal (8), aayah 73.]

Ibn Kethier zegt in zijn Tefsier: “Als jullie de afgodenaanbidders [waaronder democraten, die hun begeerten als god genomen hebben (#7)] niet mijden en jullie loyaliteit niet aan de gelovigen aanbieden, dan zullen jullie veel fitnah ervaren. Verwarring (polytheïsme en corruptie/verderf) zullen algemeen-heersend zijn, want de gelovigen zullen gemengd met de ongelovigen zijn, wat resulteert in enorme en wijdverspreide beproevingen (verderf en onheil) onder de mensen.”

<<< (#7) Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Heb jij degene gezien die zijn begeerte als god nam?…” [Soerat al-Foerqaan (25), aayah 43.] Een afgod hoeft niet per se gemaakt te zijn van steen of hout. Een afgod kan ook in de vorm zijn van een bepaalde waarde, een concept of principe. Door de eigen wil – gebaseerd op begeerten en bevliegingen – te prefereren boven de Wil van Allah, neemt hij zijn eigen wil als een god. Alles wat hij bewondert en als goed ziet volgens zijn eigen begeerten, wordt zijn religie en zijn weg (manier van leven) i.p.v. de weg van Allah. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Volgens Allah is iemands eigen begeerte de slechtste van alle valse goden die aanbeden en gediend worden in plaats van Allah.” (Overgeleverd door at-Tabaraanie.)>>>

En Allah weet het best.

Voor een uitgebreide verhandeling, zie het Engelstalige Al-Wala’ Wa’l-Bara’According to the ‘Aqeedah of the Salaf van Sa’ied ibn ‘Aliy ibn Wahf al-Qah’taanie. (pdf, 724 kb, wordt in een nieuw tabblad geopend.)

 

Relevante artikelen:

Het beoordelen van anderen en het gevaar van zelfrechtvaardiging

Nationalisme, een vreemd concept in de Islaam

Wanneer vrienden elkaar pijn doen

Zusterschap (ook voor broeders)