al-H’oor al-‘Iyn

De vrouwen van het Paradijs.

HoorieVertaald en samengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.

Alle lof zij Allah, de Heer der werelden. Allahs zegeningen en vrede zijn met de profeet Moh’ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hen in het goede volgt tot aan de Laatste Dag.

Het tevreden stellen van de Meest Genadevolle en het binnengaan van het Paradijs is het ultieme doel waar een gelovige man en vrouw naar dient te streven. Als een persoon deze wereld verlaat terwijl hij de Tevredenheid van Allah de Verhevene heeft verkregen, dan zal hij de blijde tijdingen krijgen betreffende alles wat goed is.

Als hij het Paradijs binnengaat, dan zal hij genoegens hebben die geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en het is in geen gedachte van enig mens opgekomen. Hij zal alles hebben wat hij wenst en dat op de best mogelijke manier. Alles waar hij om vraagt, zal hem gegeven worden en alles waar hij naar verlangt, zal hij krijgen. Er zal nooit iets zijn wat hem boos maakt of stoort omdat hij verzorgd wordt door de Meest Genadevolle, zoals Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En daarin krijgen jullie wat jullie begeren, en daarin krijgen jullie wat jullie vragen. Een onthaal van een Vergevensgezinde, Meest Genadevolle.” [Soerat Foessilat (41), aayah 31-32.]

 

Al-h’oor al-‘iyn in de Qor-aan en Soennah

De omschrijving van al-h’oor al-‘iyn is op meerdere plaatsen genoemd in het Boek van Allah, waaronder:

1.) Allah de Verhevene zegt, de beloning van de mensen van het Paradijs omschrijvend (Nederlandstalige interpretatie): “En (er zijn) h’oor ‘iyn (vrouwen van het Paradijs met grote mooie ogen). Lijkend op verborgen parels.” [Soerat al-Waaqi’ah (56), aayah 22-23.]

Al-H’oor al-‘iyn: al-h’oor is de meervoudsvorm van al-h’awraa-e en dit is een vrouw met een lichte huidskleur. Al-‘Iyn is de meervoudsvorm van al-‘aynaa-e en dit is de vrouw die grote ogen heeft. Al-H’oor zijn schone en witte vrouwen, waar een persoon met bewondering naar kijkt vanwege hun zuivere huidskleur en die grote mooie ogen hebben. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.)

As-Sa’die (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Al-h’awraa-e is een vrouw wier ogen gelijnd zijn met kohl (koolzwart), mooi en helder. Al-‘iyn verwijst naar grote en schitterende ogen. De schoonheid van de ogen van een vrouw is één van de grootste tekenen van schoonheid. “Lijkend op verborgen parels” betekent; alsof zij pure, witte, glanzende parels zijn, welke bedekt en beschermt zijn tegen de ogen van mensen, de wind en de zon. Hun kleur is één van de mooiste kleuren en zij hebben geen gebrek of onvolkomenheid van enig soort. Dit is hoe al-h’oor al-‘iyn zijn: zij hebben geen gebrek of onvolkomenheid van enig soort, zij zijn eerder mooi op elk aspect. Elke keer als je naar haar kijkt, zie je niets dan wat je hart verblijd.” Einde citaat. (Tefsier as-Sa’die, p. 991.)

2.) Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Op hen (deze meubels) [of: in hen (deze Tuinen)] zijn zedige vrouwen die hun blikken (tot hun echtgenoten) beperken, (maagden) die geen mens noch djinn vóór hen heeft aangeraakt. Welke zegeningen van jullie Heer ontkennen jullie beide dan (O mensen en djinn)? (Qua schoonheid en puurheid) zijn zij als robijnen en parels.” [Soerat ar-Rah’maan (55), aayah 56-58.]

Qaasiraat at-tarf betekent kuise vrouwen die alleen maar zullen kijken naar hun echtgenoten en naar niemand anders, zoals Ibn ‘Abbaas, Moedjaahid, Zayd ibn Aslam, Qataadah, as-Soeddie en anderen zeiden. (Tefsier Ibn Kethier.) Vanuit een andere optiek, beperken zij (de vrouwen van het Paradijs) de blikken van hun echtgenoten tot het kijken naar hen…vanwege hun volmaaktheid en schoonheid. (Tefsier al-Qor-aan al-Kariem van Ibn ‘Oethaymien.)

At-Tabarie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Ibn Zayd heeft gezegd betreffende de woorden “(qua schoonheid en puurheid) zijn zij als robijnen en parels”: “Het is alsof zij robijnen in hun pure vorm zijn en als koraal in hun witheid.” Aldus is hun puurheid als die van robijnen en hun witheid is als die van parels.” Einde citaat. (Tefsier at-Tabarie, 27/152.)

3.) Allah de Verhevene zegt, de vrouwen van het Paradijs omschrijvend (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Wij schiepen hen (als een nieuwe, speciale) schepping. En Wij maakten hen (weer) maagdelijk. (#1) Smoorverliefd (op alleen hun echtgenoten), gelijk in leeftijd (drieëndertig jaar).” [Soerat al-Waaqi’ah (56), aayah 35-37.]

<<< (#1) Dit kan verwijzen naar al-h’oor al-‘iyn, alsook naar de rechtschapen vrouwen van deze wereld, die in het Hiernamaals zullen terugkomen als maagden, jeugdig, hartstochtelijk jegens hun echtgenoten, zeer aantrekkelijk, vriendelijk en opgewekt. (Zie Tefsier Ibn Kethier.)>>>

Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Sa’ied ibn Djoebayr heeft met betrekking tot het woord “smoorverliefd (‘oeroeban)” gezegd, citerend van Ibn ‘Abbaas, dat het betekent: “Zij zijn liefdevol tegenover hun echtgenoten.” Het is overgeleverd van Ibn ‘Abbaas dat al-‘oeroeb degenen zijn die van hun echtgenoten houden en hun echtgenoten houden van hen. Ad-Dhahh’aak heeft met betrekking tot “gelijk in leeftijd (atraaban)” gezegd, citerend van Ibn ‘Abbaas, dat het betekent: “Van dezelfde leeftijd, 33 jaar.”

As-Sa’die heeft gezegd: “Atraaban betekend dat zij gelijk in temperament zijn en dat zij niet jaloers op elkaar zijn of zich aan elkaar storen – d.w.z. dat zij niet zijn als vijandige co-vrouwen.” Einde citaat. (Tefsier Ibn Kethier, 4/294.)

Al-H’aafidhz Ibn H’adjar heeft gezegd: “Er is overgeleverd dat Moedjaahid gezegd heeft betreffende het vers “smoorverliefd en gelijk in leeftijd”: “D.w.z. degenen die hun echtgenoten dierbaar zijn.” (Fath’ al-Baarie, 8/626.)

4.) Allah de Verhevene zegt, hen omschrijvend (Nederlandstalige interpretatie): “In hen (de Tuinen) zijn goede mooie vrouwen.” [Soerat ar-Rah’maan (55), aayah 70.]

Volgens Qataadah verwijst khayraat h’isaan naar allerlei soorten goede en genot verschaffende dingen. Volgens de meerderheid van de geleerden is khayraat het meervoud van khayrah, een rechtschapen, goed gemanierde en mooie vrouw. Dit is ook overgeleverd van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) in een h’adieth van Oemm Salamah (moge Allah tevreden zijn met haar). Er is een andere h’adieth die aangeeft dat al-h’oor al-‘iyn zullen zingen: “Wij zijn al-khayraat al-h’isaan, wij zijn geschapen voor eerzame echtgenoten.” (Tefsier Ibn Kethier.) [En voor vrouwen zal er iets zijn wat hen tevreden zal stellen. Er zijn immers geen vervelende dingen/gevoelens in het Paradijs.]

Ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Zij zijn omschreven als liefdevol en mooi. Het woord khayraat (liefdevol en goed) komt van het woord khayyarah, wat verwijst naar de vrouw die alle goede kwaliteiten in haar heeft, zowel uiterlijk als innerlijk, en wier lichamelijke verschijning en gedrag perfect zijn. Dus zij zijn goed betreffende gedrag en bekoorlijk betreffende uiterlijk.” (Rawdat al-Moeh’ibbien, p. 243.)

5.) Allah de Verhevene omschrijft hen als rein (Nederlandstalige interpretatie): “…en voor hen zijn er daarin reine echtgenotes en zij zijn daarin onsterfelijk (zij zullen er voor altijd genieten).” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 25.]

Ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Allah omschrijft ze als rein: ‘…en voor hen zijn er daarin reine echtgenotes…,’ vrij van menstruatie, urine etc. (ontlasting, zweet) en alle afstotelijke eigenschappen die mogelijk bestaan bij de vrouwen van deze wereld. En hun harten zijn vrij van jaloezie, afgunst, gemeenheid en ergernis tegenover hun echtgenoten, en zij wensen geen andere echtgenoten dan hen.” (Rawdat al-Moeh’ibbien, p. 243-244.)

6.) Allah de Verhevene omschrijft hen als trouw en dat zij naar niemand kijken behalve naar hun echtgenoten (Nederlandstalige interpretatie): “Op hen (deze meubels) [of: in hen (deze Tuinen)] zijn zedige vrouwen die hun blikken (tot hun echtgenoten) beperken…” [Soerat ar-Rah’maan (55), aayah 56.]

En Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): H’oor (schitterende vrouwen) beschut in (imposante) tenten (#2).” [Soerat ar-Rah’maan (55), aayah 72.]

<<< (#2) Al-Boekhaarie leverde over dat ‘Abdoellaah ibn Qays (moge Allah tevreden zijn met hem) zei dat de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, de gelovige zal in het Paradijs een tent hebben (gemaakt) van een holle parel, de wijdte daarvan is (zo’n) 96 km. In elke hoek ervan zijn vrouwen voor de gelovige die de andere vrouwen niet zien, en de gelovige bezoekt ze allemaal.”>>>

Ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Allah omschrijft hen als “beschut in (imposante) tenten”, d.w.z. dat zij verhinderd zijn om zich aan iemand anders dan hun echtgenoten te vertonen. Zij zijn alleen voor hun echtgenoten en zij verlaten hun woningen niet, en zij verlangen naar niemand anders. En Allah omschrijft hen als qaasiraat-oet-tarf [zedige vrouwen die hun blikken (tot hun echtgenoten) beperken].” Deze omschrijving is completer dan de eerste, want ze beheerst haar blik en focust haar liefde op haar echtgenoot, zij is tevreden met hem en kijkt niet om naar andere mannen.” (Rawdat al-Moeh’ibbien, p. 244.)

Dit is een korte blik op wat er over hen gezegd is in de Qor-aan. In de Soennah vinden we omschrijvingen van hun schoonheid en reinheid die ons voorstellingsvermogen te boven gaan, zoals:

1.) Er is overgeleverd dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) gezegd heeft: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “De eerste groep die het Paradijs zal binnengaan, lijken op de maan in de nacht wanneer zij vol is. En degenen die hen volgen zullen zijn als de meest helder schijnende ster in de lucht. Hun harten zullen als één zijn en er zal geen haat of jaloezie onder hen zijn. Elke man zal twee vrouwen van al-h’oor al-‘iyn hebben, het merg van hun kuiten kan gezien worden van onder het bot en vlees.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 3014; Moeslim, 2843.)

Ibn H’adjar (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “De ongelofelijke schoonheid van de h’ooriyah is dermate dat het merg van haar kuiten van onder haar kleding gezien kan worden, en een man is in staat om zijn gezicht in de lever van één van hen te zien, als een spiegel vanwege de fijnheid van haar huid en de zuiverheid van haar kleur.” (Fath’ al-Baarie, 8/570.)

2.) Er is overgeleverd dat Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Als een vrouw van onder de mensen van het Paradijs op de aarde zou uitkijken, dan zou ze alles wat tussen hen is verlichten, en ze zou alles wat tussen hen is vullen met een lekkere geur. En de sjaal op haar hoofd is beter dan deze wereld en alles wat erin is.”

Als zij haar gezicht zou laten zien, dan zou ze alles tussen de hemel en de aarde verlichten; hoe mooi is het licht van haar gezicht en hoe lekker de geur dat de ruimte tussen de hemel en de aarde vult. Wat betreft haar kleding, de sjaal die zij op haar hoofd plaatst, is beter dan de schoonheid van deze wereld en alles wat erin bevind aan verrukkingen en plezier en de natuurlijke schoonheid en de schitterende paleizen en andere soorten weelde. Alle lof is voor hun Schepper, hoe groot is Hij, en felicitaties voor degene aan wie zij toebehoort en hij is voor haar.

 

De toestand van de gelovige vrouwen in het Paradijs

De toestand van de gelovige vrouwen in het Paradijs zal nog beter zijn dan de toestand van al-h’oor al-‘iyn; zij zal hoger in status zijn en mooier.

Verschillende ah’aadieth zijn hierover overgeleverd, maar geen één kan als betrouwbaar worden geclassificeerd. Maar als een rechtschapen vrouw van de mensen van deze wereld het Paradijs binnengaat, dan zal ze dit doen als een beloning voor haar rechtschapen daden en als een eer van Allah voor haar religieuze toewijding en rechtschapenheid. Maar wat betreft de h’ooriyah, die één van de geneugten is van het Paradijs, zij zijn alleen in het Paradijs geschapen omwille van iemand anders en zij zijn de beloning voor de gelovige mannen voor hun rechtschapen daden. Er is een groot verschil tussen degene die het Paradijs binnengaat als een beloning voor haar rechtschapen daden en degene die geschapen is als een beloning voor degene die rechtschapen daden verrichtte. De eerstgenoemde is een koningin en een prinses, en de laatstgenoemde, het maakt niet uit hoe mooi ze is, is ongetwijfeld lager in status dan een koningin, en zij is onderdanig aan het bevel van haar gelovige meester voor wie Allah haar geschapen heeft als een beloning.

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) werd gevraagd: “Slaat de omschrijving van al-h’oor al-‘iyn ook op de vrouwen van deze wereld (die als gelovigen het Paradijs binnen zullen gaan)?” Hij antwoordde: “Het lijkt mij dat de vrouwen van deze wereld beter zullen zijn dan al-h’oor al-‘iyn, ook betreffende de uiterlijke verschijning, en Allah weet het best.” (Fataawa Noor ‘ala al-Darb.)

We vragen Allah de Almachtige om ons het beste te geven van dat wat Hij geeft aan Zijn gelovige dienaren.

 

Wat is er voor vrouwen in het Paradijs?

Een zuster vraagt: “Ik ben een overtuigd gelovige in Allah de Verhevene en de Qor-aan. Alle lof is voor Allah dat mijn geloof in Hem elke dag groeit. Maar ik vraag mij het volgende af: de Qor-aan vermeldt vaak de zegeningen van het Paradijs. Het noemt o.a. herhaaldelijk de schone maagden als een beloning in het Paradijs. Veel mensen zeggen dat de Islaam een door mannen gedomineerde religie is. Waarom worden er geen beloningen voor vrouwen genoemd?” Sheikh Moh’ammed Saalih’ al-Moenadjid antwoordde als volgt: alle lof is voor Allah.

Aangezien je gelooft in Allah de Verhevene en Zijn Boek, moet je weten dat: “…jouw Heer zal niemand onrecht aandoen.” [Nederlandstalige interpretatie van soerat al-Kahf (18), aayah 49.]

En Hij zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, Allah doet niets (niemand) onrecht aan, niet eens het gewicht van een stofdeeltje; en als er enige goede daad is, vermenigvuldigt Hij haar en geeft van Zijn Zijde een geweldige beloning.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 40.]

<<< Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “…Ik laat geen enkel werk van jullie verloren gaan, hetzij man of vrouw; jullie zijn gelijk met betrekking tot het verwerven van Mijn beloning…” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 195.] >>>

Allah de Verhevene heeft de wet van de Islaam (as-sharie’ah) bedoeld voor zowel mannen als vrouwen. Alle woorden die gericht zijn aan mannen, zijn ook gericht aan vrouwen, en alle wetten die gelden voor mannen gelden ook voor vrouwen, behalve als er bewijs is dat er één van hen bedoeld wordt en niet de ander, zoals de regels betreffende djihaad (het strijden voor de Islaam), menstruatie, voogdijschap, bestuur etc.

Het bewijs dat vrouwen ook worden aangesproken met de verzen van de Qor-aan in het mannelijke grammaticaal geslacht, is de h’adieth verhaald door ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden zijn met haar) die zei dat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gevraagd werd over een man die (nadat hij wakker werd) sporen van sperma ziet maar zich niet herinnert dat hij een droom van seksuele aard heeft gehad. De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Zo’n man dient de ghoesl (grote rituele wassing om de staat van djoenoeb op te heffen) te verrichten.” Hij werd ook gevraagd over een man die zich herinnert dat hij een droom van seksuele aard heeft gehad maar geen sporen van sperma ziet. Hij (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Zo’n man hoeft de ghoesl niet te verrichten.” Oemm Saalim (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: “Een vrouw kan dezelfde ervaring hebben. Dient zij de ghoesl te verrichten?” De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) zei (Nederlandstalige interpretatie): “Ja, er is geen verschil hierin tussen man en vrouw.” (Overgeleverd door Aboe Daawoed, at-Tirmidzie en anderen. Het laatste zinsdeel staat in Sah’ieh’ al-Djaamie’ onder nr. 2333.)

[Zie de artikelen Complete vs. acceptabele ghoesl, Natte dromen en Female Wet Dreams.]

Met betrekking tot de beloningen in het Hiernamaals en wat vrouwen hebben in het Paradijs, kunnen we verschillende verzen en ah’aadieth aanhalen, waaronder:

Oemm Salamah (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft gezegd: “O boodschapper van Allah! Ik heb geen vers in de Qor-aan gehoord betreffende de hidjrah (emigratie) van vrouwen.” Toen werd het volgende vers geopenbaard (Nederlandstalige interpretatie): “Vervolgens verhoorde hun Heer hen (hun smeekbede): ‘Ik laat geen enkel werk van jullie verloren gaan, hetzij man of vrouw; jullie zijn gelijk met betrekking tot het verwerven van Mijn beloning. Dus degenen die migreerden, uit hun huizen verdreven werden, leed aangedaan werd op Mijn weg en die streden en gedood werden (omwille van Mijn zaak): waarlijk, Ik zal hun zonden kwijtschelden en hen Tuinen binnenlaten waar de rivieren onder door stromen; (als) een beloning van Allah. En bij Allah is de beste der beloningen.’” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 195. De h’adieth is overgeleverd door at-Tirmidzie onder nr. 3023.]

Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd dat het vers fastadjaaba lahoem rabboehoem betekent dat Allah de Verhevene reageert op hun verzoek… en het vers annie laa oedhi’oe ‘amala ‘aamilin minkoem min dzakarin aw oenthaa is een uitleg van het antwoord wat betekent dat goede daden niet verloren zullen gaan, noch genegeerd. Alle mannen en vrouwen zullen de juiste beloning krijgen voor hun daden. Het vers ba’dhokoem min ba’d betekent dat iedereen gelijk behandeld zal worden betreffende beloning.

En Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “En wie daden verricht die rechtschapen zijn, hetzij man of vrouw, en hij is een gelovige, zij zijn dan degenen die het Paradijs (de Tuinen van eeuwige gelukzaligheid) binnengaan en hen zal geen onrecht aangedaan worden, zelfs niet ter grootte van een stipje op de achterkant van een dadelpit.” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 124.]

Als uitleg van dit vers heeft Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) gezegd dat dit vers de Vriendelijkheid, Gulheid en Barmhartigheid van Allah toont betreffende het accepteren van de goede daden van alle mensen, mannen en vrouwen, op voorwaarde dat zij geloven, en hen het Paradijs laat binnengaan en dat Hij de beloning van hun goede daden niet in het minste vermindert.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “…En daarin krijgen jullie wat jullie begeren…” [Soerat Foessilat (41), aayah 31.]

(Klik op onderstaande afbeelding om het vergroot weer te geven.)

 

Tip: gebruik deze afbeelding voor da'wah.

Tip: gebruik deze afbeelding voor da’wah.

 

Allah de Verhevene zegt ook (Nederlandstalige interpretatie): “Wie rechtschapen handelt (#3), zij het man of vrouw, en hij is een gelovige, dan zullen Wij hem zeker een goed leven laten leiden. En bij Allah! Wij zullen hen zeker hun beloning geven volgens het beste van wat zij gewoon waren te doen.” [Soerat an-Nah’l (16), aayah 97.]

<<< (#3) Elke uitspraak of daad die slechts verricht wordt voor het Aangezicht van Allah de Verhevene en om Zijn Tevredenheid te bereiken en waarin geen sprake is van begeerte of pochen. (Tefsier H’adaa-ieq ar-Rawh’ wa ar-Rayh’aan fie Rawaabie ‘Oeloemie al-Qor-aan.) De boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Wat ik het meeste vrees voor jullie is de kleine shirk (afgoderij).” Zij zeiden: “Wat is de kleine shirk, O boodschapper van Allah!” Hij zei: Ar-Riyaa-e (te koop lopen met je daden, indruk proberen te maken op mensen etc.). Allah zal zeggen op de Dag der Opstanding, wanneer de mensen beloond of bestraft worden voor hun daden: ‘Ga naar degene tegenover wie je indruk wilde maken in de wereld en zie of je enige beloning bij hem vindt.’” (Overgeleverd door imaam Ah’med.)>>>

Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd dat dit een belofte is van Allah de Verhevene voor diegenen die goede daden verrichten, d.w.z. goede daden die geaccepteerd kunnen worden door Allah de Verhevene waarbij de moslim de regels volgt die bepaald zijn in het Boek van Allah en de Soennah van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), of zij nou man of vrouw zijn, als zij maar geloven in Allah de Verhevene en in Zijn boodschapper (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), een belofte dat Hij hen een goed leven laat leiden in deze wereld en dat zij beloond zullen worden in het Hiernamaals. Een goed leven omvat allerlei soorten van comfort.

Allah de Verhevene zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wie een slechte daad verricht, zal dan slechts het gelijke daarvan als vergelding krijgen. (#4) En wie een rechtschapen daad verricht, hetzij man of vrouw, terwijl hij een gelovige is, zij zijn het dan die het Paradijs zullen binnengaan, waarin zij voorzien zullen worden zonder berekening.” [Soerat Ghaafir (40), aayah 40.]

<<< (#4) Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “De profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem), verhalend over zijn Heer, zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Allah liet (de aangewezen engelen over jullie) de goede daden en de slechte daden opschrijven en Hij verduidelijkte hoe. Als iemand van plan is om een goede daad te verrichten en hij doet het niet (iets verhindert hem), dan zal Allah voor hem een volledige goede daad opschrijven (in zijn verslag bij Hem); en als hij van plan is om een goede daad te verrichten en het werkelijk doet, dan zal Allah schrijven voor hem (in zijn verslag) bij Hem (de beloning gelijk aan) tien tot zevenhonderd keer, tot vele keren meer; en als iemand van plan is om een slechte daad te verrichten en hij doet het niet (hij ziet er zelf van af), dan zal Allah een volledige goede daad opschrijven (in zijn verslag) bij Hem, en als hij van plan is om het (een slechte daad) te verrichten en het werkelijk doet, dan zal Allah één slechte daad opschrijven (in zijn verslag).’” (Sah’ieh’ al-Boekhaarie.)>>>

Tenslotte, beste zuster, is hier een h’adieth die enige twijfel die je misschien zult hebben betreffende de vermelding van vrouwen zal wegnemen: Oemm ‘Oemarah al-Ansariyyah (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft gezegd dat zij naar de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) ging en tegen hem zei: “Ik voel dat alles voor mannen is. Vrouwen worden niet genoemd met betrekking tot dat zij iets hebben.” Toen werd het volgende vers geopenbaard (Nederlandstalige interpretatie): “Waarlijk, de moslims en de moslimahs, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de gehoorzame mannen en de gehoorzame vrouwen, en de waarachtige mannen en de waarachtige vrouwen, en de geduldige mannen en de geduldige vrouwen, en de ootmoedige mannen en de ootmoedige vrouwen, en de mannen die liefdadigheid uitgeven en de vrouwen die liefdadigheid uitgeven, en de vastende mannen en de vastende vrouwen, en de wakende mannen aangaande hun kuisheid en de wakende vrouwen, en de mannen die Allah veel gedenken en de vrouwen die Allah veel gedenken: Allah heeft voor hen vergeving voorbereid en een geweldige beloning.” [Soerat al-Ah’zaab (33), aayah 35. De h’adieth is overgeleverd door at-Tirmidzie onder nr. 3211 en staat in Sah’ieh’ at-Tirmidzie onder nr. 2565.]

In de h’adieth-verzameling van Ah’med is overgeleverd dat Oemm Salamah (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft gezegd: “Ik zei: ‘O boodschapper van Allah! Waarom worden wij niet op gelijke voet met mannen genoemd in de Qor-aan?’ Daarna was ik verrast toen ik hem op een dag op de preekstoel hoorde zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘O mensen!’ Omdat ik mijn haren aan het kammen was op dat moment, bedekte ik ze en ging naar de deur en stond daar om naar hem te luisteren: ‘Allah, Machtig en Verheven is Hij, openbaarde dat Hij voor ‘de moslims en de moslimahs, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de gehoorzame mannen en de gehoorzame vrouwen, en de waarachtige mannen en de waarachtige vrouwen, en de geduldige mannen en de geduldige vrouwen, en de ootmoedige mannen en de ootmoedige vrouwen, en de mannen die liefdadigheid uitgeven en de vrouwen die liefdadigheid uitgeven, en de vastende mannen en de vastende vrouwen, en de wakende mannen aangaande hun kuisheid en de wakende vrouwen, en de mannen die Allah veel gedenken en de vrouwen die Allah veel gedenken: Allah heeft voor hen vergeving voorbereid en een geweldige beloning.’

We vragen Allah de Verhevene om ons de mogelijkheid te schenken om oprechtheid te tonen in onze woorden en daden en om ons voort te laten leven als oprechte moslims.