Adzkaar voor in de ochtend en in de avond

…voor veel beloning en bescherming tegen kwaad.

Samengesteld en vertaald door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah.
[Bronnen: Citadel van de Moslim (zie onder aan deze pagina) en Islam Q&A.]

Zie ook de verhandeling Dzikr – het gedenken van Allah (de voortreffelijkheden, regels, voorbeelden en een superieure dzikr).

Alle lof is voor Allah, Heer der werelden, en moge de vrede en de zegeningen van Allah neerdalen op onze geliefde profeet Moh’ammed, alsook op zijn familie, al zijn metgezellen en iedereen die hun voorbeeld volgt. Voorts:

Dit artikel bestaat uit drie hoofdstukken:

 


Het juiste tijdstip voor de adzkaar voor in de ochtend en in de avond

De juiste mening is dat er een vastgestelde tijd is voor het reciteren van de ochtend en avond adzkaar (أذكار – meervoud van dzikrذﻛﺮ – het gedenken van Allah), vanwege de tijd die genoemd wordt in vele ah’aadieth van de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) waarin hij zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Wie dit-en-dit zegt in de ochtend…” en “wie dit-en-dit zegt in de avond…”

Maar de geleerden verschilden van mening betreffende het exacte begin en einde van de tijd van de ochtend en de avond. Sommige geleerden zeiden dat de tijd in de ochtend begint wanneer de dageraad (al-fadjr) komt, en eindigt wanneer de zon opgekomen is. Anderen zeiden dat het eindigt wanneer de voormiddag (adh-dhoh’aa) eindigt [noot van de vertaler: zo’n 10 minuten voor salaat adhz-dhzohr), maar dat de te prefereren tijd voor dzikr (of dhikr) is tussen wanneer de dageraad begint totdat de zon opgekomen is. Met betrekking tot de avond, sommige geleerden zeiden dat de tijd (voor dzikr) begint wanneer het tijd is voor ‘asr en eindigt wanneer de zon ondergaat, en anderen zeiden dat de tijd voortduurt totdat een derde van de nacht voorbij is gegaan. En sommigen van hen zeiden dat de tijd voor de avond dzikr begint na zonsondergang.

De meest correcte mening is wellicht dat men dient te streven om de ochtend adzkaar te reciteren tussen de dageraad en zonsopkomst, en wanneer men het mist dat het acceptabel zal zijn als men ze reciteert voordat de tijd van de voormiddag (adh-dhoh’aa) eindigt, wat kort vóór de tijd van het dhzohr gebed is. En men zou moeten streven om de avond adzkaar te reciteren tussen de tijd van ‘asr en maghrib, en wanneer men het mist dat het acceptabel zal zijn als men ze reciteert voordat een derde van de nacht voorbij is gegaan. Het bewijs voor deze voorkeur is het feit dat de Qor-aan ons aanspoort om Allah te gedenken vroeg in de ochtend (boekoer) en laat in de middag (‘ashie), wat de tijd is tussen ‘asr en maghrib.

Ibn al-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie):

‘…verheerlijk jouw Heer met de lof die Hem toekomt vóór zonsopkomst en vóór zonsondergang.’
[Soerat Qaaf (50), aayah 39.]

Dit is de interpretatie van wat in de ah’aadieth genoemd is: ‘Wie dit-en-dit zegt in de ochtend… en in de avond.’ Wat hiermee bedoeld wordt is voordat de zon opkomt en voordat hij ondergaat. De tijd daarvoor is tussen de dageraad en zonsopkomst, en tussen ‘asr en maghrib. En Allah zegt (Nederlandstalige interpretatie):

‘…en verheerlijk jouw Heer met de lof die Hem toekomt in de ‘ashie (de tijdsperiode van de ‘asr tot aan de zonsondergang) en in de ibkaar (de tijdsperiode van de vroege ochtend of zonsopkomst tot voor de middag).’ [Soerat Ghaafir (40), aayah 55.]

Ibkaar betekent het eerste deel van de dag, en ‘ashie betekent het latere deel. Dus de tijd voor deze adzkaar is na fadjr en na ‘asr.” (Samengevat van al-Waabil asSayyib, 200. Zie ook Sharh’ al-Adzkaar an-Nawawiyyah van Ibn ‘Allaan, 3/74, 75, 100).

Er zijn ook adzkaar die tijdens de nacht gereciteerd dienen te worden, zoals overgeleverd is in de h’adieth (Nederlandstalige interpretatie): “Wie de laatste twee verzen van soerat al-Baqarah ’s nachts reciteert, dat zal voldoende voor hem zijn.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (4008) en Moeslim (807).] (Zie het artikel De zegeningen van aayah 2:285-286.) En het is bekend dat de nacht begint bij zonsondergang (maghrib) en eindigt bij de dageraad. Dus de moslim dient zich in te spannen om elke dzikr die verbonden is aan een bepaalde tijd te reciteren op het correcte tijdstip. Maar als hij het mist, dient hij het dan in te halen of niet?

Sheikh Moh’ammed ibn Saalih’ al-‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Met betrekking tot het inhalen ervan indien hij het vergeet, ik hoop dat hij er voor beloond zal worden.”

[Bron: https://islamqa.info/en/22765 (Engels) – https://islamqa.info/ar/22765 (Arabisch).]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Adzkaar voor in de ochtend en in de avond die beschermen tegen kwaad

1.)

Er is overgeleverd dat Abaan ibn ‘Oethmaan (moge Allah tevreden over hem zijn) zei, verhalend van ‘Oethmaan ibn ‘Affaan (moge Allah tevreden over hem zijn), die zei: “Ik heb de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) horen zeggen (Nederlandstalige interpretatie): ‘Wie drie keer zegt…

بِسْمِ اللَّهِ الَّذِي لَا يَضُرُّ مَعَ اسْمِهِ شَيْءٌ فِي الْأَرْضِ وَلَا فِي السَّمَاءِ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ

bismiellaah illadzie laa yadhoerroe ma’a smihie shay-oen fie l-ardh wa laa fie s-samaa-e, wa Hoewa as-samie’oe l-‘aliem

in de Naam van Allah met Wiens Naam niets op aarde of in de hemel kan schade, en Hij is de Alhorende, de Alwetende

…zal niet getroffen worden met een plotselinge kwelling totdat de ochtend komt; en wie ze zegt wanneer de ochtend komt zal niet getroffen worden door een plotselinge kwelling totdat de avond komt.’

Hij zei: “Abaan ibn ‘Affaan werd getroffen door verlamming, en de man die deze h’adieth van hem gehoord had begon hem aan te kijken. Hij zei tegen hem: ‘Waarom kijk je mij aan? Bij Allah, ik heb geen leugen verteld over ‘Oethmaan en ‘Oethmaan heeft geen leugen verteld over de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). Maar de dag waarop dat (de verlamming) mij overkwam, was ik boos geworden en vergat ze te zeggen.” [Overgeleverd door Aboe Daawoed (5088).]

Dit is ook door at-Tirmidzie in zijn Soenan (nr. 3388) als volgt overgeleverd (Nederlandstalige interpretatie): “Er is niemand die drie keer in de ochtend van elke dag en de avond van elke dag zegt…

بِسْمِ اللَّهِ الَّذِي لَا يَضُرُّ مَعَ اسْمِهِ شَيْءٌ فِي الْأَرْضِ وَلَا فِي السَّمَاءِ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ

bismiellaah illadzie laa yadhoerroe ma’a smihie shay-oen fie l-ardh wa laa fie s-samaa-e, wa hoewa as-samie’ oel-‘aliem

in de Naam van Allah met Wiens Naam niets op aarde of in de hemel kan schade, en Hij is de Alhorende, de Alwetende

…of niets zal hem schaden.”

At-Tirmidzie zei: “Het is h’asan sah’ieh’ gharieb.” Het is door Ibn al-Qayyim als sah’ieh’ geclassificeerd in Zaad al-Ma’aad (2/338) en door al-Albaanie in Sah’ieh’ Abie Daawoed. Zie ook Sah’ieh’ Ibn Maadjah 2/332.

2.)

Het is bewezen in Sah’ieh’ Moeslim dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: “Een man kwam bij de profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) en zei: ‘O boodschapper van Allah! Ik ben afgelopen nacht gestoken door een schorpioen.’ Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Als je gezegd had, toen de avond kwam…

أَعُوذُ بِكَلِمَاتِ اللهِ التَّامَّاتِ مِنْ شَرِّ مَا خَلَقَ

A’oedzoe bie kalimaatie llaahie at-taammaatie min sharrie maa khalaq

Ik zoek toevlucht bij de perfecte Woorden van Allah tegen het kwaad van hetgeen Hij geschapen heeft

…dan zou het jou niet geschaad hebben.’” [Overgeleverd door Moeslim (2709).]

Volgens een overlevering overgeleverd door at-Tirmidzie (nr. 3604.) (Nederlandstalige interpretatie): “Wie drie keer zegt wanneer de avond komt…

أَعُوذُ بِكَلِمَاتِ اللهِ التَّامَّاتِ مِنْ شَرِّ مَا خَلَقَ

A’oedzoe bie kalimaatie llaahie at-taammaatie min sharrie maa khalaq

ik zoek toevlucht bij de perfecte Woorden van Allah tegen het kwaad van hetgeen Hij geschapen heeft

…geen koorts zal hem schaden die nacht.”

Het woord dat hier vertaald is als “koorts” verwijst naar de steek van enig giftig schepsel, zoals een schorpioen en dergelijke.

3.)

Tot de adzkaar die – met Allahs Toestemming – bescherming bieden tegen het kwaad en schade afweren, behoort wat overgeleverd is door ‘Abdoellaah ibn Khoebayb (moge Allah tevreden over hem zijn), die zei: “Wij gingen op een regenachtige en zeer donkere nacht naar buiten, zoekend naar de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) om ons te leiden in het gebed, en we vonden hem. Hij zei (Nederlandstalige interpretatie): ‘Zeg,’ maar ik zei niets. Vervolgens zei hij: ‘Zeg,’ maar ik zei niets. Vervolgens zei hij: ‘Zeg,’ en ik zei: ‘Wat moet ik zeggen, o boodschapper van Allah?’ Hij zei: ‘Zeg qoel hoewa Allaahoe ah’ad [oftewel soerat al-Ikhlaas (112)] en al-Moe’awwidzatayn [de twee hoofdstukken waarin toevlucht bij Allah Ta’aalaa wordt gezocht, namelijk soerat al-Falaq (113) en soerat an-Naas (114)], in de avond en in de ochtend, drie keer, en zij zullen voldoende voor jou zijn tegen alle dingen.’” [Overgeleverd door Aboe Daawoed (5082) en door at-Tirmidzie (3575), die zei: “Het is h’asan sah’ieh’ gharieb.” An-Nawawie zei in al-Adzkaar (p. 107): “De isnaad (keten van overleveraars) ervan is sah’ieh’ (authentiek).”

Een korte toelichting:

De ad’ieyah (smeekbeden) en adzkaar (gedenkingen) die hierboven genoemd zijn zullen de moslim beschermen tegen allerlei soorten schaden en kwaadaardigheden, met Allahs Toestemming, maar dit is niet per definitie zo. Als iemand getroffen wordt door tegenspoed ondanks regelmatige recitatie van deze adzkaar, dan is dat wegens de verordening van Allah Ta’aalaa (Verheven is Hij) en er is grote wijsheid in hetgeen Hij beveelt en verordent. Allah Ta’aalaa zegt (Nederlandstalige interpretatie): “Voor hem (elke persoon) zijn er engelen die elkaar opvolgen, voor hem en achter hem. Zij waken over hem op het Bevel van Allah…” [Soerat ar-Ra’d (13), aayah 11.]

‘Ikramah verhaalde van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden over hem zijn) dat hij zei: “‘Zij waken over hem op het Bevel van Allah’ – dit verwijst naar engelen die hem van voren en van achteren beschermen, maar wanneer de verordening van Allah komt, dan trekken zij zich terug.”

Moedjaahid zei: “Iedereen heeft een engel over hem aangesteld om hem tegen de djinn, mensen en ongedierte te beschermen wanneer hij slaapt en wanneer hij wakker is, dus niemand van hen komt richting hem, met de bedoeling om hem te schaden, of de engel zegt: ‘Ga terug,’ behalve voor iets dat Allah verordend heeft om hem te bereiken, dat overkomt hem dan.”

[Tefsier Ibn Kethier (4/438).]

[Zie de artikelen Engelen en Het aantal engelen bij iedere persoon en hun taken.]

(Lees verder onder de afbeelding.)

 


Diverse adzkaar voor in de ochtend en in de avond

1.)

In de ochtend zeg je (in het Arabisch):

اللّهُـمَّ بِكَ أَصْـبَحْنا وَبِكَ أَمْسَـينَا، وَبِكَ نَحْـيَا وَبِكَ نَمُـوتُ وَإِلَـيْكَ النُّـشُورُ

Allaahoemma bieka asbah’naa wa bieka amsaynaa, wa bieka nah’yaa wa bieka namoet wa ielayka n-noeshoer.

O Allah, met U beginnen wij de ochtend en met U beginnen wij de avond, met U leven en sterven wij, en tot U is de terugkeer.

In de avond zeg je (in het Arabisch):

اللّهُـمَّ َبِكَ أَمْسَـينَا وَبِكَ أَصْـبَحْنا ، وَبِكَ نَحْـيَا وَبِكَ نَمُـوتُ وَإِلَـيْكَ النُّـشُورُ

Allaahoemma bieka amsaynaa wa bieka asbah’naa, wa bieka nah’yaa wa bieka namoet wa ielayka n-noeshoer.

O Allah, met U beginnen wij de avond en met U beginnen wij de ochtend. Met U leven en sterven wij, en tot U is de terugkeer.

[Overgeleverd door at-Tirmidzie 3/142.]

2.)

Zeg in de ochtend en in de avond (in het Arabisch):

اللّهـمَّ أَنْتَ رَبِّـي لا إلهَ إلاّ أَنْتَ، خَلَقْتَنِـي وَأَنا عَبْـدُكَ، وَأَنَا عَلَـى عَهْـدِكَ وَ وَعْـدِكَ مَا اسْتَـطَعْـتُ، أَعُـوذُبِكَ مِنْ شَـرِّ مَا صَنَـعْتُ، أَبُـوءُ لَـكَ بِنِعْـمَتِـكَ عَلَـيَّ وَأَبُـوءُ بِذَنْـبِي فَاغْفـِرْ لِي فَإِنَّـهُ لا يَغْـفِرُ الذُّنـُوبَ إِلاّ أَنْتَ

Allaahoemma Anta Rabbie, laa ielaaha iella Ant, khalaqtanie wa ana ‘abdoeka, wa ana ‘ala ‘ahdieka wa wa’dieka maa astata’toe, a’oedzoe bieka min sharrie maa sana’toe, aboe-oe laka binie’matieka ‘alayya, wa aboe-oe biedzanbie. Faaghfirlie, fa-iennahoe laa yaghfieroe dz-dzoenoeba iellaa Ant.

O Allah, U bent mijn Rabb (Heer), er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve U. U hebt mij geschapen en ik ben Uw dienaar. Ik houd mij aan Uw verbond, alsook mijn belofte zover ik in staat ben. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het kwade dat ik begaan heb. Ik erken Uw gunsten die U mij gegeven hebt, en ik erken mijn zonden. Vergeef mij, daar er niemand is die de zonden vergeeft behalve U.

“Eenieder die dit in de avond met overtuiging reciteert en in diezelfde nacht sterft, zal het Paradijs betreden; en eenieder die het in de ochtend met overtuiging reciteert en op die dag sterft, zal het Paradijs betreden.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (7/150). An-Nasaa-ie en at-Tirmidzie leverden andere versies over.]

3.)

Zeg vier keer in de ochtend en vier keer in de avond (in het Arabisch):

اللّهُـمَّ إِنِّـي أَصْبَـحْتُ (- أمسيت -) أُشْـهِدُكَ، وَأُشْـهِدُ حَمَلَـةَ عَـرْشِـكَ، وَمَلائِكَتِكَ، وَجَمِـيعَ خَلْـقِكَ، أَنَّـكَ أَنْـتَ اللهُ لا إلهَ إلاّ أَنْـتَ وَحْـدَكَ لا شَريكَ لَـكَ، وَأَنَّ ُ مُحَمّـداً عَبْـدُكَ وَرَسُـولُـكَ

Allaahoemma iennie asbah’toe (of: amsaytoe) oesh-hiedoeka, wa oesh-hiedoe h’amalata ‘arshieka, wa malaa-iekatieka, wa djamie’a khalqiek, annaka Anta llahoe laa ielaaha iella Anta wah’daka laa sharieka lak, wa anna Moeh’ammedan ‘abdoeka wa rasoeloek.

O Allah, ik ben een nieuwe ochtend (of: avond) begonnen. Ik getuig bij U en getuig bij de dragers van Uw troon, Uw engelen, en de gehele schepping getuigen, dat voorzeker U Allah bent, er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve U, U bent de Enige, U heeft geen deelgenoten, en Moh’ammed is Uw dienaar en boodschapper.

“Allah zal eenieder die dit vier keer zegt – in de ochtend of avond – sparen van het Vuur van de Hel.”

[Aboe Daawoed 4/317. Het is ook overgeleverd door al-Boekhaarie in al-Adab al-Moefrad (nr. 1201), an-Nasaa-ie in ‘Amal al-Yawm wa l-Laylah (nr.9) en Ibn as-Soennie (nr. 70). Sheikh Ibn Baaz heeft de keten van overleveraars van an-Nasaa-ie en Aboe Daawoed goed gekwalificeerd. (Zie Toeh’fat al-Akhyaar, blz. 23).]

4.)

Zeg elke ochtend en avond (in het Arabisch):

اللّهُـمَّ مَا أَصْبَـَحَ (- أمسى -) بِي مِـنْ نِعْـمَةٍ أَو بِأَحَـدٍ مِـنْ خَلْـقِكَ، فَمِـنْكَ وَحْـدَكَ لاَ شَرِيكَ لَـكَ، فَلَـكَ الْحَمْـدُ وَلَـكَ الشُّكْـر

Allaahoemma maa asbah’a (of: amsaa) bie min ni’matin aw bie ah’adien min khalqieka, faminka wah’daka laa sharieka laka, falaka l-h’amdoe wa laka s-shoekroe.

O Allah, elke gunst die mij of iemand van Uw schepping treft in de ochtend (of: avond), is van U Alleen, U heeft geen deelgenoot. Alle lof behoort aan U en U danken wij.

“Eenieder die dit in de ochtend reciteert, heeft zijn plicht Allah te danken voor die dag vervuld; en eenieder die dit in de avond zegt, heeft zijn plicht vervuld voor die nacht.”

[Aboe Daawoed (4/318); an-Nasaa-ie, ‘Amal al-Yawm wa l-Laylah (nr. 8); Ibn as-Soennie (nr. 41); Ibn H’iebbaan (nr. 2361). De keten van overleveraars is goed gekwalificeerd door Ibn Baaz in Toeh’fat al-Akhyaar, blz. 24.]

5.)

Zeg in de ochtend en in de avond (in het Arabisch):

اللّهُـمَّ عَافِـنِي فِي بَدَنِـي، اللّهُـمَّ عَافِـنِي فِي سَمْـعِي، اللّهُـمَّ عَافِـنِي فِي بَصَـرِي، لا إلهَ إلاّ اللّه أَنْـتَ. (ثلاثاً). اللّهُـمَّ إِنِّـي أَعُـوذُ بِكَ مِنَ الْكُـفْرِ، وَالفَـقْرِ، وَأَعُـوذُبِكَ مِنْ عَذابِ القَـبْرِ، لا إلهَ إلاّ أَنْـتَ. (ثلاثاً)

Allaahoemma ‘aafienie fie badanie. Allaahoemma ‘aafienie fie sam’ie. Allaahoemma ‘aafienie fie basarie. Laa ielaaha iella Ant. (Drie keer.) Allaahoemma iennie a’oedzoe bieka miena l-koefrie, wa l-faqrie, wa a’oedzoe bieka mien ‘adzaabie l-qabr. Laa ielaaha iellaa Ant. (Drie keer.)

O Allah, maak mijn lichaam gezond. O Allah, behoud voor mij mijn gehoor. O Allah, behoud voor mij mijn gezichtsvermogen. Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve U. (Drie keer in het Arabisch.) O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen ongeloof en armoede en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf. Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve U. (Drie keer in het Arabisch.)

[Aboe Daawoed (4/324); Ah’mad (5/42); an-Nasaa-ie, ‘Amal al-Yawm wa l-Laylah (nr. 22); Ibn as-Soennie (nr. 69); al-Boekhaarie, al-Adab al-Moefrad. De keten van overleveraars is goed gekwalificeerd door Ibn Baaz in Toeh’fat al-Akhyaar, blz. 26.]

6.)

Zeg zeven keer in de ochtend en zeven keer in de avond (in het Arabisch):

حَسْبِـيَ اللّهُ لا إلهَ إلاّ هُوَ عَلَـيهِ تَوَكَّـلتُ وَهُوَ رَبُّ العَرْشِ العَظِـيمِ

H’asbieya llaahoe, laa ielaaha iellaa Hoewa, ‘alayhie tawakkaltoe, wa Hoewa Rabboe l-‘arshie l-‘adhziem.

Allah is voldoende voor mij, er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij, op Hem vertrouw ik, en Hij is de Heer van de geweldige de troon.

“Wie dit zeven keer in de ochtend en in de avond reciteert, Allah zal hem geven wat hij ook maar wenst in deze wereld en in het Hiernamaals.”

[Overgeleverd door Ibn as-Soennie (nr. 71); Aboe Daawoed (4/321). De keten van overleveraars is authentiek gekwalificeerd door Shoe’ayb en ‘Abdoel-Qaader al-Arnaa-oet, zie Zaad al-Ma’aad (2/376).]

7.)

Zeg iedere ochtend en avond drie keer (in het Arabisch):

رَضِيـتُ بِاللهِ رَبَّـاً وَبِالإِسْلاَمِ دِيـناً وَبِمُحَـمَّدٍ نَبِيّـا

Radhietoe biellaahie Rabban, wa bie l-ieslaamie dienan, wa bie Moeh’ammadin nabiyyan.

Ik ben tevreden met Allah als mijn Rabb, met de Islaam als mijn religie en met Moh’ammed als mijn profeet.

“Allah heeft beloofd dat iedereen die dit drie keer iedere ochtend of avond zegt, op de Dag der Opstanding tevreden gesteld zal worden.”

[Ah’mad (4/337); an-Nasaa-ie, ‘Amal al-Yawm wa l-Laylah (nr. 4); Ibn as-Soennie (nr. 68); at-Tirmidzie (5/465). De keten van overleveraars is goed gekwalificeerd door Ibn Baaz in Toeh’fat al-Akhyaar, blz.39.]

8.)

Zeg iedere ochtend en avond (in het Arabisch):

يَا حَـيُّ يَا قَيّـومُ بـرَحْمَـتِكِ أَسْتَـغِـيث، أَصْلِـحْ لِي شَـأْنِـي كُلَّـه، وَلا تَكِلـني إِلى نَفْـسِي طَـرْفَةَ عَـينٍ

Yaa H’ayyoe yaa Qayyoemoe, bie rah’matieka astaghietoe aslieh’ lie shaa-inie koellahoe, wa laa takielnie ielaa nefsie tarfata ‘aynien.

O eeuwig Levende, o Zelfbestaande (of: Onderhouder), bij Uw Genade roep ik U aan om al mijn zaken recht te zetten, en belast mij geen moment met het vertrouwen in mijn ziel.

[De keten van overlevering is authentiek (sah’ieh’), al-H’aakiem (1/545), al-Albaanie (1/273).]

9.)

Zeg 100 keer in de ochtend en 100 keer in de avond (in het Arabisch):

سُبْحَـانَ اللهِ وَبِحَمْـدِهِ

Soebh’aan-Allaahie wa bieh’amdiehie.

Glorieus is Allah, alle lof komt Hem toe.

“Eenieder die dit honderd keer in de ochtend en in de avond reciteert, zal niet worden overtroffen op de Dag der Opstanding door iemand die beter heeft gedaan dan dit behalve door iemand die het meer heeft gereciteerd.” [Moeslim 4/2071.]

10.)

Reciteer elke ochtend 100 keer (in het Arabisch):

لا إلهَ إلاّ اللّهُ وَحْـدَهُ لا شَـرِيكَ لَهُ، لَهُ المُـلْكُ وَلهُ الحَمْـدُ، وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِير

Laa ielaaha iell-Allaahoe wah’dahoe laa sharieka lahoe, lahoe l-moelkoe wa lahoe l-h’amdoe, wa Hoewa ‘ala koellie shay-ien Qadier.

Er is geen god die het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, Hij is de Enige, Hij heeft geen deelgenoten, aan Hem behoort de Heerschappij en alle lof komt Hem toe. Hij heeft macht over alle zaken.

“Eenieder die dit honderd keer in de ochtend reciteert, zal de beloning krijgen van het bevrijden van een slaaf, honderd h’asanaat (beloningen) zullen worden opgeschreven voor hem, en hij zal voor honderd zonden worden vergeven en het zal voor hem als bescherming gelden tegen de shaytaan (satan) tot de avond. Eenieder die meer dan dit reciteert zal meer beloning krijgen.” [Overgeleverd door al-Boekhaarie (4/95) en Moeslim (4/2071).]

11.)

Reciteer bij het opstaan in de ochtend drie keer (in het Arabisch):

سُبْحَـانَ اللهِ وَبِحَمْـدِهِ عَدَدَ خَلْـقِهِ، وَرِضَـا نَفْسِـه، وَزِنَـةَ عَـرْشِـهِ، وَمِـدَادَ كَلِمَـاتِـهِ

Soebh’aan-Allaahie wa bie h’amdihie ‘adada khalqieh, wa ridhaa nefsieh, wazienata ‘arshiehie wa miedaada kaliemaatiehie.

Glorieus is Allah, alle lof komt Hem toe, zoveel als het aantal van Zijn schepsels en de grootte van Zijn Tevredenheid en de zwaarte van Zijn troon en zo uitgestrekt als Zijn Woorden.

[Overgeleverd door Moeslim (4/2090).]

12.)

Zeg bij het opstaan in de ochtend (in het Arabisch):

اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ عِلْمًا نَافِعًا، وَ رِزْقًا طَيِّبًا، وَ عَمَلاً مُتَقَبَّلاً

Allaahoemma ienie as-aloeka ‘ilman naafie’an, wa rizqan tayyieban, wa ‘amalan moetaqabbalan.

O Allah, ik vraag U om kennis dat voordeel brengt, een goede voorziening, en daden die aanvaard zullen worden.

[Ibn as-Soennie in het boek ‘Amal al-Yawm wa l-Laylah (nr. 54); Ibn Maadjah (nr. 920). De keten van de overlevering is goed (h’asan) verklaard door ‘Abdoel-Qaader en Shoe’ayb al-Arnaa-oet bij het herzien van Zaad al-Ma’aad (2/375).]

13.)

Zeg 10 keer in de ochtend en 10 keer in de avond (in het Arabisch):

اللَّهُمَّ صَلَّ وَ سَلِمْ عَلَى نَبِيِّنَا مُحَمَّدٍ

Allaahoemma sallie wa salliem ‘ala Nabieyyiena Moeh’ammad.

O Allah, Uw gebeden en Uw vredegroeten zij over onze profeet Moh’ammed.

De profeet (vrede en zegeningen van Allah zijn met hem) heeft gezegd (Nederlandstalige interpretatie): “Degene die tien keer in de ochtend en tien keer in de avond zegeningen over mij zegt, zal mijn bemiddeling op de Dag der Opstanding verkrijgen.”

[Overgeleverd door at-Tabaraanie met twee ketens van overleveraars. Een daarvan is betrouwbaar (djayyied), zie Modjma’ az-Zawaa-ied (10/120) en Sah’ieh’ at-Targhieb wat-Tarhieb (1/273).]

Voor meer dzikr voor in de ochtend en in de avond, zie het 377 pagina’s tellende boekje Citadel van de moslim, van Saeed bin Ali bin Wahf al-Qahtani, vertaald door Mustapha El Ayadi & Oem Adam, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah. Ga naar onze webshop voor meer informatie over dit boekje en om dit boekje te bestellen. Het is een zeer belangrijk boekje dat iedere moslim nodig heeft. Het bevat vele smeekbeden en adzkaar die men in de loop van de dag en avond nodig heeft.

 

Relevante artikelen:

Dzikr – het gedenken van Allah (de voortreffelijkheden, regels en voorbeelden)

Stop niet met dzikr omdat jouw hart er niet bij betrokken is

Een superieure dzikr

Als je wilt dat… (diverse adzkaar en hun beloningen)

Aayatoe l-Koersie

De zegeningen van aayah 2:285-286

Doe’aa-e (smeekbede)

Waarom onze smeekbeden niet verhoord worden

Waarom smeekbeden niet meteen beantwoord worden